Op deze pagina
Het Delphi-model beschrijft hoogbegaafdheid van binnenuit: niet als een IQ-score, maar als een samenhangend geheel van innerlijke kenmerken zoals hoogbegaafden zichzelf ervaren. Het model kwam in 2007 tot stand via gesprekken met twintig hoogbegaafde experts en werd in 2019 internationaal gepubliceerd.
Centraal in het model staan de zogenoemde zijnskenmerken: de innerlijke, min of meer stabiele eigenschappen die aan alle andere kenmerken van hoogbegaafdheid ten grondslag liggen. In dit artikel lees je wat het Delphi-model inhoudt, wat de zijnskenmerken precies zijn en hoe het model zich verhoudt tot andere manieren om hoogbegaafdheid te omschrijven.
Het Delphi-model omschrijft hoogbegaafdheid vanuit drie zijnskenmerken: autonoom zijn, hoogintelligent denken en rijkgeschakeerd voelen. Daaruit vloeien gedrevenheid en scheppingsdrang voort, en die innerlijke wereld staat voortdurend in wisselwerking met de omgeving. Het model is bedoeld voor herkenning en zelfinzicht, niet als diagnostisch instrument.
Wat is het Delphi-model?
Het Delphi-model hoogbegaafdheid is in 2007 ontwikkeld door een groep van twintig experts op het gebied van hoogbegaafdheid, die zelf ook hoogbegaafd zijn. Onder leiding van psychotherapeut Maud Kooijman-van Thiel werd de Delphi-methode gebruikt: een gestructureerde manier om binnen een groep experts tot een gezamenlijke, breed gedragen omschrijving te komen.
Van Thiel, Nauta en Derksen publiceerden het model in 2019 als kwalitatieve studie, gebaseerd op interviews met twintig hoogbegaafde volwassenen over hun eigen kernkenmerken.
Waar veel bekendere modellen, zoals dat van Renzulli of Mönks, hoogbegaafdheid van buitenaf benaderen (welk gedrag of welke prestatie duidt op hoogbegaafdheid), is het Delphi-model juist van binnenuit opgebouwd: hoe ervaren hoogbegaafden zichzelf? Dat maakt het model minder geschikt om hoogbegaafdheid formeel vast te stellen, maar juist bruikbaar voor herkenning, zelfinzicht en begeleiding. Wil je weten hoe hoogbegaafdheid doorgaans wél wordt afgebakend en welke rol IQ daarbij speelt? Dat lees je in ons artikel over wanneer je hoogbegaafd bent.
De kern van het model is samengevat in één veelgeciteerde omschrijving:
“Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.”
Zijnskenmerken: de innerlijke basis
De zijnskenmerken vormen de kern van het Delphi-model. Het zijn geen gedragingen of prestaties, maar een innerlijke grondhouding die volgens het model bij hoogbegaafden sterk en in samenhang aanwezig is. Het model onderscheidt drie zijnskenmerken.
Autonoom zijn (Zijn)
Hoogbegaafden trekken volgens het model relatief zelfstandig hun eigen conclusies en blijven bij hun eigen afwegingen, ook wanneer die afwijken van wat de omgeving verwacht. Deze autonome grondhouding uit zich niet alleen in denken, maar ook in hoe iemand keuzes maakt en zich verhoudt tot groepsdruk of gezag.
Hoogintelligent denken (Denken)
Het denken wordt beschreven als snel en in staat om grote denkstappen te maken: analytisch, op verschillende niveaus tegelijk en met een sterke behoefte aan complexiteit. Eenvoudige of repetitieve taken kunnen minder goed aansluiten bij deze manier van denken.
Rijkgeschakeerd voelen (Voelen)
Het gevoelsleven wordt in het model getypeerd als genuanceerd en intens: emoties worden sterk en met veel schakeringen ervaren. Dit hangt samen met wat in andere modellen wel hoogsensitiviteit wordt genoemd, en kan mede samenhangen met het gevoel anders te zijn dan de omgeving.
Empirisch onderzoek naar sensitiviteit bij hoogbegaafden is genuanceerder dan vaak wordt aangenomen: De Gucht, Woestenburg en Backbier vonden dat hoogbegaafden juist lager scoorden op negatieve emotionele prikkelbaarheid, en hoger op positieve, esthetische gevoeligheid.
Zijnskenmerken zeggen iets over wie iemand van binnenuit is, niet over wat iemand presteert. Twee hoogbegaafden met dezelfde zijnskenmerken kunnen daardoor heel verschillend gedrag en heel verschillende schoolresultaten laten zien.
Het model benadrukt dat deze drie zijnskenmerken sterk met elkaar verweven zijn: hoogintelligent denken beïnvloedt hoe iemand voelt, een rijkgeschakeerd gevoelsleven kleurt weer de autonome grondhouding, en zo voort. Bij verstoring van de balans tussen deze kenmerken kan een van de drie gaan overheersen, wat zich bijvoorbeeld kan uiten als overmatig piekeren of als rigide vasthouden aan eigen ideeën.
Willen en doen: van binnen naar buiten
Vanuit de zijnskenmerken ontstaan volgens het model twee kenmerken die meer naar buiten gericht zijn.
Willen: gedreven en nieuwsgierig
Hoogbegaafden worden in het model beschreven als gedreven en leergierig: ze willen vaak veel, het liefst iets nieuws, en verdiepen zich graag tot op grote diepte in wat hun interesse heeft. Die gedrevenheid gaat vaak gepaard met het gemakkelijk in een flow raken zodra een onderwerp voldoende uitdaging biedt.
Doen: scheppen en creëren
Nauw verbonden met willen is doen: hoogbegaafden zijn volgens het model vaak bezig met het maken of creëren van iets, of dat nu een idee, een plan, een verhaal of een concreet product is. Ook wanneer er ogenschijnlijk niets gebeurt, blijft het denken op de achtergrond actief scheppen.
Herken je jezelf in deze kenmerken?
Ontdek in enkele minuten in hoeverre kenmerken van hoogbegaafdheid bij jou passen.
De wisselwerking met de omgeving
Het Delphi-model plaatst de innerlijke wereld nadrukkelijk niet los van de samenleving. Een hoogbegaafde staat in voortdurende wisselwerking met zijn omgeving: hij of zij wordt erdoor beïnvloed en heeft er op zijn beurt invloed op. Sluit de omgeving onvoldoende aan bij de zijnskenmerken, bijvoorbeeld door te weinig uitdaging of te weinig ruimte voor autonomie, dan kan dat spanning opleveren tussen wie iemand van binnenuit is en hoe hij of zij zich naar buiten toe gedraagt of presteert.
Dat verklaart mede waarom hoogbegaafdheid zich niet in iedereen op dezelfde manier toont: dezelfde zijnskenmerken kunnen in een passende omgeving tot bloei komen, terwijl ze in een minder passende omgeving juist tot frictie, onbegrip of onderpresteren kunnen leiden.
Wat het Delphi-model anders maakt
De meeste bekende modellen van hoogbegaafdheid, zoals dat van Renzulli of Mönks, redeneren van buiten naar binnen: ze kijken naar prestaties of gedrag en leiden daaruit kenmerken af. Het Delphi-model doet het omgekeerde. Het is opgebouwd vanuit de ervaring van hoogbegaafden zelf, wat het model existentieel of ervaringsgericht maakt.
Het thema intensiteit dat in de zijnskenmerken centraal staat, komt overigens ook terug in ander onderzoek naar hoogbegaafde volwassenen, al is het Delphi-model zelf kwalitatief en op consensus gebaseerd, niet experimenteel van aard.
Dat maakt het model vooral waardevol voor zelfherkenning en counseling: mensen die zich niet altijd herkennen in de gangbare, meer prestatiegerichte kenmerken van hoogbegaafdheid, herkennen zich vaak wel in de innerlijke ervaring die het Delphi-model beschrijft.
Benieuwd naar je cognitieve vaardigheden?
Het Delphi-model kijkt naar beleving en kenmerken. Een IQ-test richt zich juist op cognitieve vaardigheden zoals logisch, numeriek en verbaal redeneren.
Wanneer is het Delphi-model relevant?
Het model wordt vooral gebruikt door hulpverleners, coaches en hoogbegaafden zelf om herkenning en zelfinzicht te ondersteunen, bijvoorbeeld bij (vermoedelijke) volwassen hoogbegaafdheid, bij twijfel of iemand zich herkent in de gangbare kenmerken van hoogbegaafdheid, of als aanvulling naast een cognitieve capaciteitentest.
De meest gestelde vragen over het Delphi-model hoogbegaafdheid, kort beantwoord.
Het Delphi-model is een in 2007 ontwikkelde, ervaringsgerichte beschrijving van hoogbegaafdheid, gebaseerd op interviews met twintig hoogbegaafde experts en in 2019 internationaal gepubliceerd.
Zijnskenmerken zijn de innerlijke, stabiele eigenschappen waarop het model is gebaseerd: autonoom zijn, hoogintelligent denken en rijkgeschakeerd voelen.
Nee. Het model is bedoeld voor herkenning en zelfinzicht, niet om hoogbegaafdheid formeel vast te stellen. Daarvoor is doorgaans een cognitieve capaciteitentest nodig.
Het model is ontwikkeld door psychotherapeut Maud Kooijman-van Thiel samen met een groep van twintig hoogbegaafde experts, en later academisch gepubliceerd met Noks Nauta en Jan Derksen.
Andere modellen redeneren vaak van gedrag of prestatie naar kenmerken. Het Delphi-model redeneert andersom: vanuit de innerlijke ervaring van hoogbegaafden zelf.
We helpen je graag verder. Neem contact met ons op of laat een reactie achter bij dit artikel.
Conclusie
Het Delphi-model laat zien dat hoogbegaafdheid meer is dan een IQ-score: het is een samenhangend geheel van autonoom zijn, hoogintelligent denken en rijkgeschakeerd voelen, van waaruit gedrevenheid en scheppingsdrang ontstaan. Die innerlijke wereld staat bovendien voortdurend in wisselwerking met de omgeving.
Juist omdat het model van binnenuit is opgebouwd, biedt het veel hoogbegaafden een vorm van herkenning die prestatiegerichte omschrijvingen niet altijd geven. Het vervangt geen intelligentietest, maar kan er wel een waardevolle aanvulling op zijn.
Bronnen
- Van Thiel, M. B. G. M., Nauta, N., & Derksen, J. (2019). An experiential model of giftedness: Giftedness from an internal point of view, made explicit by means of the Delphi method. Advanced Development, 17, 79–99. https://www.oya.nl. Geraadpleegd op 3 september 2026.
- Kooijman-van Thiel, M. B. G. M. (2008). Hoogbegaafd. Dat zie je zo! Over zelfbeeld en imago van hoogbegaafden. OYA. Geraadpleegd op 3 september 2026.
- Roeper, A. (1991). Gifted adults: Their characteristics and emotions. Advanced Development, 3, 85–98. Geraadpleegd op 3 september 2026.
- Mendaglio, S., & Tillier, W. (2006). Dabrowski’s theory of positive disintegration and giftedness: Overexcitability research findings. Journal for the Education of the Gifted, 30, 68–87. Geraadpleegd op 3 september 2026.
- De Gucht, V., Woestenburg, D. H. A., & Backbier, E. (2023). Do gifted individuals exhibit higher levels of Sensory Processing Sensitivity and what role do openness and neuroticism play in this regard? Journal of Research in Personality, 104, 104376. https://doi.org/10.1016/j.jrp.2023.104376. Geraadpleegd op 3 september 2026.
Reacties worden vóór publicatie gecontroleerd op respect, relevantie en veiligheid.