Op deze pagina
Veel hoogbegaafde volwassenen herkennen zich niet zozeer in een IQ-getal, maar vooral in hoe ze denken, voelen en de wereld ervaren.
Het Delphi-model van hoogbegaafdheid probeert precies dat bredere beeld te vangen. In plaats van hoogbegaafdheid vanuit de wetenschap of het onderwijs te benaderen, is dit model opgebouwd vanuit de eigen ervaring van hoogbegaafde volwassenen zelf — via zes kenmerken die samen bekendstaan als de zijnskenmerken.
In dit artikel lees je waar het model vandaan komt, wat de zes kenmerken precies inhouden, en waarvoor het wel en niet bedoeld is.
Het Delphi-model beschrijft hoogbegaafdheid niet via een IQ-score, maar via zes kenmerken die door twintig hoogbegaafde volwassenen zelf zijn geformuleerd: zijn (autonoom), denken (hoogintelligent) en voelen (rijk geschakeerd) als innerlijke kern, en willen, doen en waarnemen als de manier waarop iemand zich tot de buitenwereld verhoudt. Het is geen diagnostisch instrument, maar een herkenningsmodel dat vooral bij volwassenen wordt gebruikt.
Wat is het Delphi-model van hoogbegaafdheid?
Het Delphi-model is in 2007 ontwikkeld door psychotherapeut Maud van Thiel, in samenwerking met onderzoekers Noks Nauta en Jan Derksen. Twintig hoogbegaafde volwassenen — zelf ervaringsdeskundig — werden via de Delphi-methode bevraagd op hun eigen beleving van hoogbegaafdheid. Het resultaat is een experiential of ervaringsgericht model: het beschrijft niet hoe hoogbegaafdheid er van buitenaf uitziet, maar hoe het van binnenuit voelt.
De Delphi-methode oorspronkelijk niets met hoogbegaafdheid te maken had? De naam verwijst naar het orakel van Delphi. De techniek werd ontwikkeld om via een groep experts, in meerdere anonieme vragenrondes, tot een gedeelde inschatting te komen — zonder dat groepsdynamiek of status de uitkomst kleurt.
De kerndefinitie in het kort
Het model vat hoogbegaafdheid samen als een samenspel van snel en complex denken, een sterke autonomie, drijfveer en nieuwsgierigheid, een rijk en intens gevoelsleven, en plezier in creëren. Deze omschrijving wordt in Nederland veel geciteerd, onder meer door hoogbegaafdheidscoaches en -psychologen, juist omdat volwassenen zich er vaak sterker in herkennen dan in een IQ-score alleen.
Belangrijk om te beseffen: dit is geen wetenschappelijke definitie in de zin van harde diagnostische criteria, zoals bij een IQ-afkappunt. Het is een kenschets — een door hoogbegaafden zelf geformuleerde beschrijving van hun binnenwereld.
Zijnskenmerken: de innerlijke kern
De term “zijnskenmerken” verwijst naar het eerste deel van het model: drie eigenschappen die de innerlijke, min of meer stabiele kern van een hoogbegaafd persoon beschrijven — los van wat iemand doet of hoe iemand overkomt op anderen.
- Zijn — autonoom. Hoogbegaafden vormen graag hun eigen oordeel en blijven daarbij, ook onder druk van de groep, totdat een beter argument zich aandient.
- Denken — hoogintelligent. Snel, associatief en op meerdere niveaus tegelijk kunnen denken, met een voorkeur voor complexiteit boven eenvoud.
- Voelen — rijk geschakeerd. Een intens en genuanceerd gevoelsleven, waarbij emoties sterk met elkaar verweven kunnen zijn.
De onderliggende studie van Van Thiel, Nauta en Derksen werd in 2019 internationaal gepubliceerd in het vaktijdschrift Advanced Development. Zij benadrukken dat het model vooral bruikbaar kan zijn in coaching en begeleiding van hoogbegaafde volwassenen, omdat het aansluit bij hun dagelijkse ervaring — in tegenstelling tot afstandelijkere, meer theoretische definities.
Interactie met de omgeving
Het tweede deel van het model beschrijft niet de innerlijke kern, maar hoe die kern zich verhoudt tot de buitenwereld: hoe iemand zich uit, handelt en de omgeving waarneemt.
- Willen — gedreven en nieuwsgierig. Een sterke, vaak brede interesse en de behoefte om ergens werkelijk in te duiken.
- Doen — scheppingsgericht. Plezier in creëren, of dat nu gaat om een idee, een tekst, een systeem of een kunstwerk.
- Waarnemen — hoogsensitief. Prikkels, sfeer en de emoties van anderen intens opmerken. Dit overlapt met wat in de literatuur ook wel hoogsensitiviteit wordt genoemd, al is het niet exact hetzelfde begrip.
Benieuwd of jouw ervaringen passen bij hoogbegaafdheid?
Doe de gratis test of vraag persoonlijk testadvies aan.
Snelheid, creativiteit en complexiteit: het geheel
Ten slotte typeert het model het geheel — hoe de zes eigenschappen samen naar buiten komen — met een aantal terugkerende woorden: snel, creatief, intens en complex. Geen van deze losse kenmerken is uniek voor hoogbegaafdheid, maar de combinatie en intensiteit ervan is volgens het model wel kenmerkend.
Het Delphi-model verschilt fundamenteel van bijvoorbeeld Renzulli’s Three-Ring Conception of Giftedness: waar Renzulli hoogbegaafdheid analyseert als buitenstaander, is het Delphi-model juist ván binnenuit geformuleerd, door hoogbegaafden zelf. Meer over de verschillende definities en de IQ-grens lees je in ons artikel over wanneer je hoogbegaafd bent.
Waarvoor is het model bedoeld?
Het Delphi-model is niet ontworpen om hoogbegaafdheid vast te stellen, maar om herkenning te bieden. Het wordt vooral gebruikt in coaching- en begeleidingstrajecten voor volwassenen die vermoeden dat ze hoogbegaafd zijn, vaak juist omdat zij zich niet herkennen in de nuchtere, prestatiegerichte beeldvorming rond IQ-scores. Voor kinderen wordt doorgaans naar andere kaders gekeken, zoals asynchrone ontwikkeling of onderwijsstrategieën.
Kritiek en beperkingen
Omdat het model is gebaseerd op de zelfrapportage van twintig hoogbegaafde volwassenen, is het per definitie subjectief en niet statistisch representatief. Sommigen herkennen zich sterk in bepaalde kenmerken — zoals autonomie — maar veel minder in andere, zoals hoogintelligent denken. Dat is volgens de ontwikkelaars ook geen probleem: het model is nadrukkelijk bedoeld als herkenningskader, niet als checklist waarin iemand op elk punt moet scoren.
De meest gestelde vragen over het Delphi-model en zijnskenmerken, kort en helder beantwoord.
Een model dat hoogbegaafdheid beschrijft aan de hand van zes kenmerken — zijn, denken, voelen, willen, doen en waarnemen — geformuleerd door twintig hoogbegaafde volwassenen zelf, in plaats van via een IQ-score.
De drie innerlijke, stabiele eigenschappen uit het Delphi-model: autonoom zijn, hoogintelligent denken en een rijk geschakeerd gevoelsleven. Ze beschrijven wie iemand ís, los van gedrag naar buiten toe.
Psychotherapeut Maud van Thiel, samen met onderzoekers Noks Nauta en Jan Derksen. De onderliggende studie dateert uit 2007 en werd in 2019 internationaal gepubliceerd.
Het is een gepubliceerde, kwalitatieve studie, maar geen gevalideerd diagnostisch instrument. Het wordt vooral gebruikt als herkennings- en coachingskader, niet om hoogbegaafdheid vast te stellen.
Een IQ-test meet cognitieve capaciteiten via een gestandaardiseerde score. Het Delphi-model beschrijft juist de persoonlijke, subjectieve beleving van hoogbegaafdheid en zegt niets over een IQ-score op zich.
We helpen je graag verder. Neem contact met ons op of laat een reactie achter bij dit artikel.
Het Delphi-model geeft geen diagnose, maar wel een herkenbare taal voor iets dat veel hoogbegaafde volwassenen al jaren voelen zonder er woorden voor te hebben. Wie zich in de zijnskenmerken herkent, kan dat gebruiken als startpunt voor verder onderzoek — niet als eindpunt.
Wil je een eerste indruk krijgen?
Doe de gratis Hoogbegaafdheid Test voor een eerste indicatie.
Bronnen
- Van Thiel, M., Nauta, N., & Derksen, J. (2019). An experiential model of giftedness: Giftedness from an internal point of view made explicit by means of the Delphi method. Advanced Development, 17, 79–99.
- Tijdschrift Persoonsgerichte Experiëntiële Psychotherapie. An experiential model of giftedness. tPeP.
- Renzulli, J. S. (1978). The Three-Ring Conception of Giftedness: A Developmental Model for Promoting Creative Productivity. University of Connecticut.
Reacties worden vóór publicatie gecontroleerd op respect, relevantie en veiligheid.