Op deze pagina
- Apraxie betekenis: wat houdt het precies in?
- Soorten apraxie: twee veelgebruikte hoofdvormen
- Overige vormen
- Symptomen: hoe uit apraxie zich in het dagelijks leven?
- Oorzaken: hoe ontstaat apraxie in de hersenen?
- Apraxie en dementie: hoe hangen ze samen?
- Apraxie versus afasie en agnosie: het verschil
- Apraxie versus een delier: hoe onderscheid je ze?
- Diagnose: hoe wordt apraxie vastgesteld?
- Behandeling en therapie
- Tips voor thuis: omgaan met apraxie als naaste
- Alles over apraxie
- Conclusie
Je weet precies wat je wilt doen. Koffie zetten, je jas aantrekken, je haren kammen. Toch lukt het niet meer zoals vroeger. Je vergeet een stap, doet dingen in de verkeerde volgorde of raakt de weg kwijt in een handeling die je duizenden keren hebt gedaan. Dit is een van de meest herkenbare signalen van apraxie.
Deze stoornis heet apraxie: een neurologische aandoening waarbij het plannen of uitvoeren van doelgerichte handelingen verstoord raakt, zonder dat spierzwakte, verlamming of problemen met het begrijpen van de opdracht dit voldoende verklaren. Apraxie is niet hetzelfde als onhandigheid, en het is ook geen teken van verwardheid of onwil. Het gaat om een specifiek probleem in de hersenen, waardoor de verbinding tussen “willen” en “doen” verstoord raakt.
Apraxie is het niet meer goed kunnen uitvoeren van bekende, doelgerichte handelingen door schade aan de hersenen, meestal na een beroerte, hersenletsel of dementie. Er bestaan meerdere vormen, waaronder ideatoire, ideomotore, verbale en constructieve apraxie. Behandeling draait vooral om ergotherapie en, bij spraakproblemen, logopedie.
Apraxie betekenis: wat houdt het precies in?
Apraxie is een neurologische aandoening waarbij iemand moeite heeft met het plannen, organiseren en uitvoeren van doelgerichte, aangeleerde bewegingen. Het bijzondere is dat de spieren zelf niet verzwakt of verlamd zijn: iemand die dit heeft kan zijn arm bewegen en zijn hand openen en sluiten, maar krijgt de afzonderlijke bewegingen niet in de juiste volgorde en met het juiste doel op elkaar afgestemd. Er is ook geen sprake van onbegrip. De persoon weet vaak precies wat er moet gebeuren, maar het lukt het brein niet om dat plan om te zetten in een correct uitgevoerde handeling.
Apraxie ontstaat door schade aan specifieke gebieden in de hersenen, meestal na een beroerte, hersenletsel of als gevolg van een neurodegeneratieve aandoening zoals dementie. Bij een deel van de mensen speelt ook afasie een rol, een taalstoornis die vaak samen met deze aandoening voorkomt omdat de hersengebieden voor taal en voor motorische planning dicht bij elkaar liggen. Ook bepaalde cognitieve functies in bredere zin, zoals die worden beschreven in het artikel over wat cognitief betekent, kunnen door dezelfde hersenschade worden geraakt.
Het woord apraxie komt uit het Grieks: “a” betekent zonder en “praxis” betekent handeling. Apraxie betekent dus letterlijk het onvermogen om te handelen. De term werd voor het eerst systematisch beschreven rond 1900, door de Duitse neuroloog Hugo Liepmann.
Soorten apraxie: twee veelgebruikte hoofdvormen
Binnen de neurologie wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen. Een veelgebruikte indeling, ook gehanteerd door de Hersenstichting, onderscheidt ideatoire apraxie en ideomotore apraxie.
| Kenmerk | Ideatoire apraxie | Ideomotore apraxie |
|---|---|---|
| Wat gaat er mis | De volgorde of het plan van een handeling raakt kwijt | De juiste beweging lukt niet op verzoek, terwijl het plan er wel is |
| Voorbeeld | Water in de waterkoker vergeten voordat deze wordt aangezet | Niet op verzoek kunnen zwaaien, terwijl dit spontaan wel lukt |
| Lukt het spontaan? | Vaak niet, ook niet automatisch | Soms wel spontaan of automatisch |
Bij ideatoire apraxie is het probleem gelegen in het plan zelf: iemand weet niet meer in welke volgorde de losse stappen van een handeling moeten worden uitgevoerd. Bij ideomotore apraxie weet iemand wel wat er moet gebeuren, maar lukt het niet om de juiste beweging op verzoek uit te voeren. Opvallend genoeg lukken dezelfde bewegingen dan soms wel spontaan of automatisch. Iemand die niet op verzoek aan zijn oor kan krabben, doet dat wel moeiteloos zodra het oor echt jeukt.
Overige vormen
Naast de twee hoofdvormen bestaan er meer specifieke varianten, die elk een ander deel van het handelen beïnvloeden.
- Verbale apraxie (spraakapraxie): een stoornis in het programmeren van de spierbewegingen die nodig zijn om te spreken. De spieren van mond en tong werken op zichzelf goed, maar het aansturen ervan voor een vloeiende spraak lukt niet meer, wat leidt tot zoekende mondbewegingen en een wisselend foutenpatroon in de uitspraak.
- Buccofaciale apraxie: moeite met het uitvoeren van bewegingen met mond en gezicht op verzoek, zoals de tong uitsteken of de lippen tuiten, terwijl deze bewegingen spontaan wel lukken.
- Constructieve apraxie (ook wel een visuoconstructieve stoornis genoemd): problemen met het ruimtelijk in elkaar zetten of natekenen van objecten, bijvoorbeeld bij het kopiëren van een figuur of het opbouwen van een puzzel.
- Kinetische of melokinetische apraxie: verlies van vloeiende, fijne vingerbewegingen, waardoor handelingen als een knoop dichtmaken stroef en houterig verlopen.
Deze vormen komen in de praktijk vaak niet geïsoleerd voor. Bij veel mensen is er sprake van een mengvorm, waarbij bijvoorbeeld ideatoire en ideomotore kenmerken samen optreden.
Symptomen: hoe uit apraxie zich in het dagelijks leven?
De symptomen verschillen per persoon en per type, maar een aantal signalen komt regelmatig terug:
- Moeite met het correct uitvoeren van dagelijkse handelingen zoals wassen, aankleden of koken, ook al waren deze vroeger vanzelfsprekend.
- Handelingen in de verkeerde of omgekeerde volgorde uitvoeren, zoals sokken over de schoenen aantrekken.
- Voorwerpen verkeerd vasthouden of gebruiken, bijvoorbeeld tanden poetsen met de achterkant van de tandenborstel.
- Traagheid, onhandigheid of een “klungelige” indruk bij bewegingen die vroeger soepel verliepen.
- Wel kunnen nadoen op het moment zelf, maar dezelfde handeling zonder voorbeeld niet zelfstandig kunnen uitvoeren.
- Bij verbale apraxie: haperende, zoekende spraak met een wisselend foutenpatroon, terwijl automatische uitingen zoals een groet vaak nog wel lukken.
Voor naasten is dit vaak verwarrend, omdat het lijkt alsof iemand niet zijn best doet of niet goed oplet. Het tegendeel is waar: de persoon begrijpt de opdracht meestal wel, maar het brein slaagt er niet in om die kennis om te zetten in een correcte beweging.
Oorzaken: hoe ontstaat apraxie in de hersenen?
Deze stoornis ontstaat door beschadiging van hersengebieden die betrokken zijn bij motorische planning, met name in de pariëtale kwab en delen van de frontale kwab. Deze gebieden werken nauw samen met structuren die verantwoordelijk zijn voor doelgericht gedrag, zoals de prefrontale cortex. De meest voorkomende oorzaken zijn:
- Beroerte (CVA): verreweg de meest voorkomende oorzaak, waarbij een bloeding of afsluiting van een bloedvat hersenweefsel beschadigt.
- Traumatisch hersenletsel: bijvoorbeeld door een ongeval, val of hersenschudding met blijvend letsel.
- Neurodegeneratieve aandoeningen: zoals de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie, waarbij apraxie geleidelijk ontstaat naarmate de hersenaandoening vordert.
- Hersentumoren: die druk uitoefenen op of doorgroeien in gebieden voor motorische planning.
- Infecties en ontstekingen van de hersenen, zoals encefalitis.
Doordat de aangedane hersengebieden vaak grenzen aan gebieden voor taal en geheugen, gaat apraxie regelmatig gepaard met andere cognitieve klachten. Zo kan een verminderde executieve functie, waaronder plannen en organiseren, het probleem versterken.
Apraxie en dementie: hoe hangen ze samen?
Apraxie komt regelmatig voor in combinatie met andere neurologische aandoeningen, bijvoorbeeld bij de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie, waaronder de minder bekende dementie met Lewy body’s. Naarmate de ziekte vordert, worden dagelijkse handelingen zoals koken, douchen en aankleden vaak steeds moeilijker, meestal in combinatie met geheugenverlies.
Apraxie versus afasie en agnosie: het verschil
In de neurologie worden afasie, apraxie en agnosie vaak in één adem genoemd, omdat ze alle drie kunnen ontstaan na schade aan dezelfde hersenhelft. Toch gaat het om drie duidelijk verschillende stoornissen die gemakkelijk door elkaar worden gehaald.
Agnosie is het onvermogen om dingen te herkennen die via de zintuigen worden waargenomen, terwijl het zien, horen, ruiken of voelen zelf intact blijft. Iemand met agnosie kan bijvoorbeeld een sleutel wel zien, maar niet herkennen wat het voorwerp is of waarvoor het dient. Dat is een heel ander mechanisme dan bij apraxie: daarbij wordt een voorwerp meestal wél herkend, maar lukt het niet meer om er de juiste handeling mee uit te voeren.
Apraxie, afasie en agnosie worden vaak door elkaar gehaald. Afasie is een taalstoornis die spreken, begrijpen, lezen of schrijven beïnvloedt. Agnosie is een herkenningsprobleem: iets wordt wel waargenomen, maar niet begrepen of herkend. Apraxie gaat over het uitvoeren van handelingen, ondanks dat het voorwerp of de opdracht wel wordt herkend. De drie kunnen los van elkaar bestaan, maar treden vaak samen op omdat de betrokken hersengebieden dicht bij elkaar liggen.
Wil je hier dieper op ingaan? Lees dan ook het uitgebreide artikel over afasie.
Apraxie versus een delier: hoe onderscheid je ze?
Ook wordt apraxie regelmatig verward met een delier. Bij een delier ontstaat verwardheid plotseling en is deze meestal tijdelijk, terwijl dit een specifiek probleem blijft met het uitvoeren van geplande handelingen, zonder dat bewustzijn of alertheid per se is aangetast.
Merk je veranderingen in hoe je dagelijkse handelingen uitvoert?
Lees welke cognitieve functies hierbij betrokken kunnen zijn en ontdek onze betrouwbare informatie over het brein. Ontstaan de klachten plotseling of verergeren ze, neem dan contact op met je huisarts.
Diagnose: hoe wordt apraxie vastgesteld?
Er bestaat geen eenvoudige bloedtest of scan die apraxie direct aantoont. De diagnose wordt gesteld door een neuroloog of revalidatiearts, meestal in samenwerking met een ergotherapeut, logopedist of neuropsycholoog. Zij testen dit onder andere door de patiënt te vragen:
- Een bekende handeling na te doen zonder voorbeeld, zoals doen alsof je tanden poetst.
- Een beweging op verbaal verzoek uit te voeren, zoals zwaaien of een hand opsteken.
- Een handeling met een echt voorwerp uit te voeren, zoals een sleutel in een slot steken.
- Een figuur na te tekenen of te kopiëren om constructieve apraxie op te sporen.
Aanvullend beeldvormend onderzoek zoals een MRI of CT-scan kan worden ingezet om de onderliggende oorzaak, bijvoorbeeld een beroerte of tumor, in beeld te brengen en de precieze locatie van de schade in bijvoorbeeld de pariëtaalkwab vast te stellen.
Behandeling en therapie
Apraxie is meestal niet volledig te genezen, zeker niet wanneer het door een neurodegeneratieve aandoening komt. Toch is er met de juiste begeleiding vaak wel verbetering mogelijk in het dagelijks functioneren. De belangrijkste behandelvormen zijn:
- Ergotherapie: de basis van de behandeling. De ergotherapeut oefent dagelijkse handelingen stap voor stap, in de vertrouwde omgeving waarin ze ook worden uitgevoerd, en leert strategieën en compensatietechnieken aan.
- Logopedie: essentieel bij verbale apraxie. Door gerichte, gespecialiseerde spraaktherapie wordt gewerkt aan klankvorming, articulatie en spreektempo.
- Fysiotherapie: kan aanvullend worden ingezet wanneer er naast deze aandoening ook problemen zijn met kracht, balans, mobiliteit of andere motorische functies.
Onderzoek naar apraxie na een beroerte laat zien dat gerichte, herhaalde training van dagelijkse handelingen in de eerste maanden na het ontstaan vaak tot meetbare verbetering kan leiden, zeker wanneer strategieën ook echt in de eigen woonomgeving worden geoefend.
Effectieve behandeling draait vaak niet om genezing, maar om het aanleren van vaste routines, het vereenvoudigen van taken en het gebruik van visuele hulpmiddelen zoals stapsgewijze plaatjes of checklists. Ook is het aantoonbaar helpend om voorwerpen in de juiste volgorde klaar te leggen, zodat de patiënt wordt geholpen zonder dat de handeling wordt overgenomen.
Tips voor thuis: omgaan met apraxie als naaste
Als partner, kind of mantelzorger van iemand met deze aandoening kun je zelf veel verschil maken:
Alles over apraxie
De meestgestelde vragen over wat apraxie is, de soorten, oorzaken en behandeling.
Apraxie is het niet meer goed kunnen uitvoeren van doelgerichte handelingen, zonder dat spierzwakte of verlamming dit voldoende verklaart. Iemand weet vaak wat er moet gebeuren, maar het lukt het brein niet om dit om te zetten in de juiste beweging.
Bij ideatoire apraxie gaat het plan zelf mis: de volgorde van stappen raakt kwijt of door elkaar. Bij ideomotore apraxie is het plan wel aanwezig, maar lukt het niet om de beweging op verzoek correct uit te voeren, terwijl dezelfde beweging spontaan soms wel lukt.
Nee. Afasie is een taalstoornis die spreken, begrijpen, lezen of schrijven beïnvloedt. Apraxie gaat over het uitvoeren van handelingen. Beide kunnen los van elkaar voorkomen, maar treden vaak samen op omdat de betrokken hersengebieden dicht bij elkaar liggen.
Bij agnosie herkent iemand een voorwerp, geluid of gezicht niet meer, terwijl de zintuigen zelf goed werken. Bij apraxie wordt het voorwerp meestal wel herkend, maar lukt het niet meer om de bijbehorende handeling correct uit te voeren. Afasie, apraxie en agnosie worden in de neurologie vaak samen genoemd omdat ze na vergelijkbare hersenschade kunnen ontstaan, maar het zijn drie verschillende stoornissen.
Denk aan een trui over de jas aantrekken, de koffie in het waterreservoir gieten in plaats van in het filter, of een tandenborstel andersom vasthouden. Ook moeite met het natekenen van een figuur of het herkennen van de juiste volgorde bij aankleden zijn typerende voorbeelden.
Apraxie kan voorkomen bij de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie, vooral naarmate de ziekte vordert. Dagelijkse handelingen zoals koken, aankleden en persoonlijke verzorging worden dan geleidelijk lastiger. Twijfel je of dit bij jou of een naaste speelt? Bespreek dit dan met de huisarts.
Bij apraxie testen wordt meestal gevraagd om een handeling na te doen zonder voorbeeld, een beweging uit te voeren op verbaal verzoek, en dezelfde handeling met een echt voorwerp uit te voeren. Deze testen worden meestal afgenomen door een neuropsycholoog, ergotherapeut of logopedist.
Volledige genezing is niet altijd mogelijk, zeker niet wanneer apraxie het gevolg is van een progressieve aandoening zoals dementie. Bij apraxie na een beroerte of hersenletsel is met gerichte therapie vaak wel duidelijke verbetering te bereiken, vooral in de eerste maanden na het ontstaan.
Verbale apraxie, ook wel spraakapraxie genoemd, is een stoornis in het programmeren van de spierbewegingen die nodig zijn om te spreken. De spieren zelf werken goed, maar het aansturen ervan voor een vloeiende, verstaanbare spraak lukt niet meer.
We helpen je graag verder. Neem contact met ons op of laat een reactie achter bij dit artikel.
Conclusie
Apraxie is een ingrijpende maar vaak onderschatte aandoening waarbij het uitvoeren van doelgerichte handelingen misgaat, zonder dat spierzwakte of onbegrip dit volledig verklaart. Van ideatoire en ideomotore apraxie tot verbale en visuoconstructieve vormen: elke variant vraagt om een eigen aanpak, met ergotherapie en logopedie als belangrijkste pijlers van de behandeling. Vroege herkenning en een geduldige, gestructureerde benadering maken een groot verschil in de kwaliteit van leven van zowel de patiënt als de mensen om hem of haar heen.
Hoe werken jouw cognitieve functies samen?
Test verschillende vaardigheden zoals aandacht, geheugen en executieve functies in BreinLab.
Bronnen
- Hersenstichting. Apraxie. hersenstichting.nl
- Hersenstichting. Agnosie. hersenstichting.nl
- Alzheimer Nederland. Moeite met dagelijkse handelingen (apraxie). alzheimer-nederland.nl
- Slingeland Ziekenhuis. Patiëntfolder: Apraxie. folders.slingeland.nl
- Adrz. Apraxie van de spraak. adrz.nl
- Logopediepraktijk Wegwijs. Apraxie. logopediepraktijkwegwijs.nl
- Gowda SN, Hodis B, Schneider LK. Apraxia. StatPearls, National Library of Medicine (NIH). ncbi.nlm.nih.gov
Reacties worden vóór publicatie gecontroleerd op respect, relevantie en veiligheid.