Twee ADHD-presentaties naast elkaar: een energiek meisje met skateboard (hyperactief-impulsief) en een dromerige jongen met boek (aandachtstekort), verbonden door één brein

Wat is het verschil tussen ADHD en ADD?

Veel mensen zoeken naar het verschil tussen ADHD en ADD, omdat de termen vaak door elkaar worden gebruikt. Beide worden geassocieerd met aandachts- en concentratieproblemen, maar ze verwijzen niet naar twee volledig afzonderlijke aandoeningen.

ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. De aandoening kan zich op verschillende manieren uiten. Bij sommige mensen staan hyperactiviteit en impulsiviteit sterk op de voorgrond. Anderen hebben vooral moeite met aandacht, planning en organisatie, zonder duidelijk druk of hyperactief gedrag te vertonen.

Voor deze laatste verschijningsvorm werd vroeger vaak de term ADD gebruikt.

Kort samengevat: ADD is tegenwoordig geen afzonderlijke officiële diagnose meer. De term wordt in het dagelijks taalgebruik nog gebruikt voor ADHD waarbij onoplettendheid op de voorgrond staat en hyperactiviteit niet of nauwelijks zichtbaar is. Officieel spreekt men van ADHD met een overwegend onoplettende presentatie.

ADD bestaat officieel niet meer als aparte diagnose

In de DSM-5-TR, het internationaal veelgebruikte diagnostische handboek van de American Psychiatric Association, bestaat ADD niet meer als afzonderlijke diagnose. De symptomen die vroeger onder ADD vielen, worden nu geclassificeerd als ADHD met een overwegend onoplettende presentatie.

De term ADD blijft in de volksmond echter populair. Veel mensen herkennen zich namelijk beter in het beeld van iemand die rustig of dromerig overkomt, maar ondertussen grote moeite heeft om de aandacht bij een taak te houden, overzicht te bewaren, werkzaamheden te plannen, op tijd te beginnen, en afspraken en informatie te onthouden. Omdat deze symptomen minder zichtbaar zijn dan druk of impulsief gedrag, kunnen ze lange tijd onopgemerkt blijven.

Zowel de overwegend onoplettende als de hyperactief-impulsieve verschijningsvorm van ADHD kan problemen veroorzaken op school, tijdens het werk, in relaties en bij dagelijkse taken. Daarbij kunnen onder andere het werkgeheugen en andere executieve functies extra worden belast. Deze combinatie komt overigens niet zelden samen voor met een hoge intelligentie; lees hier meer over ADHD en hoogbegaafdheid.

De drie presentaties van ADHD

Binnen ADHD worden drie presentaties onderscheiden.

1. Overwegend onoplettende presentatie. Aandachtsproblemen, vergeetachtigheid en moeite met plannen en organiseren staan op de voorgrond. Dit werd vroeger vaak ADD genoemd.

2. Overwegend hyperactief-impulsieve presentatie. Onrust, impulsief gedrag en moeite om stil te zitten of reacties af te remmen staan op de voorgrond.

3. Gecombineerde presentatie. Zowel duidelijke aandachtsproblemen als hyperactieve en impulsieve symptomen zijn aanwezig.

Er wordt gesproken over presentaties in plaats van vaste subtypes, omdat het symptomenbeeld gedurende het leven kan veranderen. Iemand kan in de jeugd bijvoorbeeld vooral hyperactief gedrag vertonen, terwijl op volwassen leeftijd aandachts- en organisatieproblemen meer op de voorgrond staan.

Het verschil tussen wat mensen ADHD en ADD noemen, is dus officieel geen verschil tussen twee afzonderlijke aandoeningen. Het gaat om verschillende manieren waarop ADHD zich kan presenteren.

Wat is het belangrijkste verschil tussen ADHD en ADD?

In het dagelijks taalgebruik zit het belangrijkste verschil vooral in de zichtbaarheid van hyperactiviteit.

Bij de vorm die doorgaans ADHD wordt genoemd, zijn druk, impulsief of lichamelijk onrustig gedrag vaak duidelijk zichtbaar. Bij wat mensen ADD noemen, staan juist onoplettendheid, vergeetachtigheid, dromerigheid en problemen met plannen op de voorgrond.

Dat betekent niet dat iedereen met ADHD hyperactief is. Iemand met een overwegend onoplettende presentatie heeft officieel ook ADHD, maar vertoont weinig of geen opvallende hyperactiviteit.

Waarom wordt ADD vaker gemist?

De overwegend onoplettende presentatie van ADHD wordt regelmatig later herkend dan een presentatie met duidelijke hyperactiviteit.

Hyperactief of impulsief gedrag valt vaak snel op. Een kind dat regelmatig door de klas loopt, anderen onderbreekt of moeilijk op zijn beurt kan wachten, trekt eerder de aandacht van ouders en leerkrachten.

Onoplettende symptomen kunnen veel minder zichtbaar zijn. Iemand kan stil aan een tafel zitten maar nauwelijks informatie opnemen, lang over opdrachten doen, regelmatig spullen kwijtraken, instructies vergeten, dromerig of afwezig overkomen, moeite hebben om zelfstandig aan een taak te beginnen, of onderpresteren zonder storend gedrag te laten zien.

Daardoor worden de problemen soms geïnterpreteerd als luiheid, onzekerheid, gebrek aan motivatie of onvoldoende discipline.

ADD bij meisjes en vrouwen

Onderzoek laat zien dat ADHD bij meisjes en vrouwen relatief vaak niet of pas laat wordt herkend. Zij laten gemiddeld vaker een overwegend onoplettend symptomenbeeld zien, terwijl hyperactief en impulsief gedrag bij jongens vaker zichtbaar op de voorgrond staat. Dit sluit aan bij bevindingen uit het internationale consensusdocument van de World Federation of ADHD, opgesteld door tachtig ADHD-onderzoekers onder leiding van Stephen Faraone, dat een jongen-meisjesverhouding van ongeveer twee op één rapporteert in gestelde diagnoses bij jeugdigen, een verschil dat vooral wordt toegeschreven aan onderherkenning en niet aan een daadwerkelijk lagere prevalentie bij meisjes.

Omdat onoplettendheid in de klas, op het werk of in sociale situaties minder opvalt dan druk gedrag, leidt dit vaak tot minder snelle doorverwijzing, latere diagnostiek, jarenlang onverklaarde concentratieproblemen, onderpresteren op school of tijdens het werk, een negatief zelfbeeld, en compensatiegedrag om problemen te verbergen.

Meisjes en vrouwen kunnen bovendien strategieën ontwikkelen waarmee zij hun problemen tijdelijk maskeren. Ze bereiden zich bijvoorbeeld extreem grondig voor, werken tot laat door of proberen afspraken met uitgebreide lijstjes en herinneringen onder controle te houden. Sommige volwassenen herkennen hun eigen klachten pas nadat bij hun kind ADHD is vastgesteld.

Een online ADHD-test kan helpen om bepaalde kenmerken te herkennen, maar kan ADHD niet vaststellen of uitsluiten. Ook een bredere zelftest concentratieproblemen kan een eerste, vrijblijvende richting geven. Bespreek langdurige klachten die het dagelijks functioneren beïnvloeden met de huisarts of een daarvoor gekwalificeerde zorgprofessional.

Kun je ADHD en ADD tegelijk hebben?

Strikt genomen niet, omdat ADD geen afzonderlijke diagnose meer is. Iemand kan wel zowel onoplettende als hyperactieve en impulsieve symptomen hebben. Wanneer beide groepen symptomen duidelijk aanwezig zijn, spreekt men van ADHD met een gecombineerde presentatie. De ernst en zichtbaarheid van de verschillende symptomen kunnen bovendien per situatie en levensfase verschillen.

Symptomen van ADD

Met ADD wordt doorgaans ADHD met een overwegend onoplettende presentatie bedoeld. Mogelijke kenmerken zijn: moeite om de aandacht bij een taak te houden, snel afgeleid raken door geluiden, gedachten of bewegingen, moeite hebben om instructies af te maken, vaak spullen kwijtraken, taken of afspraken vergeten, problemen met plannen en organiseren, moeite hebben om prioriteiten te stellen, dromerig of afwezig overkomen, niet lijken te luisteren tijdens gesprekken, lang uitstellen voordat een taak wordt gestart, snel het overzicht verliezen, en moeite hebben met langdurige mentale inspanning.

Deze kenmerken komen ook regelmatig voor bij mensen zonder ADHD. Losse symptomen betekenen daarom niet automatisch dat iemand ADHD heeft.

Wanneer kunnen symptomen op ADHD wijzen?

Iedereen is weleens afgeleid, vergeetachtig, impulsief of onrustig. Bij ADHD gaat het om een aanhoudend patroon van meerdere symptomen dat het dagelijks functioneren duidelijk belemmert.

Bij diagnostiek wordt onder andere gekeken of meerdere symptomen gedurende langere tijd aanwezig zijn, een deel van de kenmerken al in de jeugd bestond, de problemen in meer dan één situatie voorkomen, school, werk, relaties of dagelijkse taken worden beïnvloed, en de symptomen niet beter door een andere oorzaak kunnen worden verklaard.

Concentratieproblemen kunnen bijvoorbeeld ook samenhangen met stress, slaapproblemen, angst, depressieve klachten, lichamelijke aandoeningen of middelengebruik. Bij twijfel of concentratieklachten samengaan met aanhoudende somberheid, kan een depressiviteit test helpen om dat aspect apart in kaart te brengen. Daarom is een professionele beoordeling belangrijk.

Symptomen van ADHD met hyperactiviteit en impulsiviteit

Wanneer hyperactiviteit en impulsiviteit duidelijk op de voorgrond staan, kunnen onder andere de volgende kenmerken zichtbaar zijn: veel bewegen of wiebelen, moeite hebben om stil te zitten, opstaan op momenten waarop blijven zitten wordt verwacht, een voortdurend gevoel van innerlijke onrust, moeite hebben met rustige activiteiten, veel of snel praten, antwoorden geven voordat een vraag is afgemaakt, anderen onderbreken, moeite hebben om op de beurt te wachten, handelen zonder voldoende over de gevolgen na te denken, en het gevoel hebben voortdurend “aan” te staan.

Bij volwassenen is hyperactiviteit niet altijd zichtbaar als rondrennen of opvallend druk gedrag. Het kan zich ook uiten als innerlijke onrust, veel activiteiten tegelijk ondernemen of voortdurend behoefte hebben aan prikkels.

Overeenkomsten tussen ADHD en ADD

Ondanks de verschillen delen de verschillende ADHD-presentaties dezelfde diagnostische basis. Zowel mensen met een overwegend onoplettende als een gecombineerde of hyperactief-impulsieve presentatie kunnen moeite hebben met aandacht reguleren, afleidingen negeren, impulsen afremmen, werkzaamheden plannen, tijd inschatten, motivatie vasthouden, emoties reguleren, en informatie actief in het werkgeheugen houden.

De problemen hangen vaak samen met executieve functies: mentale vaardigheden die worden aangestuurd vanuit de prefrontale cortex en nodig zijn om gedrag te sturen, doelen vast te houden en handelingen te organiseren. Een grote meta-analyse van Erik Willcutt en collega’s, gebaseerd op meer dan 6.700 deelnemers, laat zien dat mensen met ADHD gemiddeld zwakker presteren op verschillende executieve taken, waaronder werkgeheugen, planning en impulsremming, ongeacht intelligentieniveau. Dat betekent niet dat iedereen met ADHD op elk onderdeel problemen heeft; het persoonlijke profiel kan sterk verschillen, en staat overigens los van iemands verdere cognitieve vermogen, zoals ook toegelicht in ons artikel over ADD en intelligentie.

Verschil tussen ADHD en ADD in een tabel

Omdat ADD tegenwoordig onder ADHD valt, vergelijkt onderstaande tabel de meer hyperactief-impulsieve verschijningsvorm met de overwegend onoplettende verschijningsvorm.

Kenmerk ADHD met hyperactiviteit en impulsiviteit Overwegend onoplettende ADHD, vaak ADD genoemd
Officiële classificatie ADHD, overwegend hyperactief-impulsieve of gecombineerde presentatie ADHD, overwegend onoplettende presentatie
Aandachtsproblemen Kunnen aanwezig zijn Staan duidelijk op de voorgrond
Hyperactiviteit Vaak duidelijk zichtbaar Niet of nauwelijks zichtbaar
Impulsiviteit Vaak opvallend Meestal minder opvallend
Typisch beeld Druk, beweeglijk, snel reageren en onderbreken Dromerig, vergeetachtig, afgeleid en moeite met organiseren
Herkenning Wordt vaak relatief vroeg opgemerkt Wordt regelmatig later herkend
Mogelijke gevolgen Conflicten, onrust en impulsieve beslissingen Onderpresteren, uitstelgedrag en verlies van overzicht
Volksmondterm ADHD ADD
Officiële diagnose ADHD ADHD

Deze tabel geeft algemene verschillen weer. De manier waarop ADHD zich uit, verschilt per persoon. Niet iedereen met een bepaalde presentatie vertoont dezelfde kenmerken.

Is ADD minder ernstig dan ADHD?

Nee. Een overwegend onoplettende presentatie is niet automatisch minder ernstig dan een presentatie met zichtbare hyperactiviteit.

De symptomen kunnen voor de omgeving minder storend of opvallend zijn, maar voor de persoon zelf grote gevolgen hebben. Denk bijvoorbeeld aan aanhoudend onderpresteren, problemen met studie of werk, vergeten van belangrijke afspraken, administratieve achterstanden, moeite met zelfstandig wonen, relatieproblemen, stress door voortdurend tijdgebrek, een laag zelfbeeld, en het gevoel niet aan verwachtingen te kunnen voldoen.

De ernst wordt niet bepaald door hoe zichtbaar het gedrag is, maar door de mate waarin de symptomen het dagelijks functioneren beïnvloeden.

Diagnose van ADHD

Een ADHD-diagnose wordt gesteld door een daarvoor gekwalificeerde zorgprofessional met expertise in ADHD. Afhankelijk van de situatie kan dat bijvoorbeeld een psychiater, gespecialiseerd psycholoog of kinderarts zijn.

Een diagnose wordt niet gesteld op basis van één online test, vragenlijst of gesprek. De beoordeling kan onder andere bestaan uit gesprekken over de huidige klachten, een ontwikkelingsanamnese, informatie over symptomen in de jeugd, beoordeling van het functioneren op school, het werk en thuis, informatie van ouders, een partner of andere naasten, vragenlijsten of gedragsobservaties, en onderzoek naar andere mogelijke verklaringen.

Een intelligentietest is niet noodzakelijk om ADHD vast te stellen. ADHD kan voorkomen bij mensen met uiteenlopende intelligentieniveaus, ook bij mensen die tegelijk hoogbegaafd zijn, wat de herkenning soms extra kan bemoeilijken.

Behandeling en ondersteuning

De behandeling en ondersteuning worden afgestemd op de klachten, leeftijd en persoonlijke situatie. Mogelijke onderdelen zijn psycho-educatie, coaching of begeleiding, cognitieve gedragstherapie, praktische ondersteuning bij planning en organisatie, aanpassingen op school of het werk, medicatie, begeleiding bij bijkomende klachten, en aandacht voor slaap, beweging en dagelijkse structuur.

Medicatie is niet voor iedereen noodzakelijk of geschikt. Beslissingen over medicatie worden samen met een bevoegde behandelaar genomen.

Ook praktische aanpassingen kunnen helpen, zoals grote taken opdelen in kleine stappen, vaste plekken gebruiken voor belangrijke spullen, herinneringen en agenda’s instellen, afleiding tijdens werkzaamheden beperken, werken met duidelijke routines, rustmomenten inplannen, en één taak tegelijk uitvoeren.

Vroege herkenning kan voorkomen dat iemand jarenlang denkt ongemotiveerd, lui of ongeorganiseerd te zijn, terwijl er sprake is van een onderliggend aandachtsprobleem.

Waarom wordt de term ADD nog steeds gebruikt?

Hoewel ADD geen officiële afzonderlijke diagnose meer is, blijft de term herkenbaar en praktisch in het dagelijks taalgebruik. Voor veel mensen maakt ADD snel duidelijk dat het gaat om problemen met aandacht en concentratie, weinig opvallende hyperactiviteit, dromerigheid, vergeetachtigheid, en moeite met planning en organisatie.

De term kan daarom helpen om een bepaald symptomenbeeld te beschrijven. Medisch gezien valt dit beeld echter onder ADHD met een overwegend onoplettende presentatie.

Veelgestelde vragen over het verschil tussen ADHD en ADD

Wat is het belangrijkste verschil tussen ADHD en ADD? Het belangrijkste verschil in het dagelijks taalgebruik zit in de aanwezigheid van zichtbare hyperactiviteit en impulsiviteit. Met ADD bedoelen mensen doorgaans ADHD waarbij vooral onoplettendheid op de voorgrond staat.

Bestaat ADD nog als officiële diagnose? Nee. ADD bestaat niet meer als afzonderlijke officiële diagnose. Het valt onder ADHD met een overwegend onoplettende presentatie.

Is ADD hetzelfde als ADHD? ADD valt tegenwoordig onder ADHD. Het is dus geen volledig andere aandoening, maar een verouderde benaming voor een specifieke manier waarop ADHD zich kan uiten.

Kun je ADHD hebben zonder hyperactief te zijn? Ja. Bij ADHD met een overwegend onoplettende presentatie is nauwelijks sprake van zichtbare hyperactiviteit. Deze verschijningsvorm werd vroeger vaak ADD genoemd.

Waarom wordt ADD vaker gemist? De symptomen zijn vaak minder opvallend dan hyperactief of impulsief gedrag. Iemand kan rustig overkomen, terwijl diegene wel grote moeite heeft met aandacht, planning en organisatie.

Komt ADD vaker voor bij meisjes en vrouwen? Bij meisjes en vrouwen met ADHD staat onoplettendheid relatief vaak op de voorgrond. Omdat dit minder snel als ADHD wordt herkend, krijgen zij regelmatig later een diagnose.

Kun je op volwassen leeftijd ADHD ontdekken? Ja. Veel volwassenen ontdekken pas later dat langdurige problemen met concentratie, planning of impulsiviteit bij ADHD kunnen passen. Soms gebeurt dat nadat bij hun kind ADHD is vastgesteld.

Is ADD minder ernstig dan ADHD? Niet per definitie. De symptomen zijn vaak minder zichtbaar, maar kunnen net zo ingrijpend zijn voor studie, werk, relaties en het dagelijks functioneren.

Kan een online ADHD-test een diagnose stellen? Nee. Een online test kan hooguit helpen om symptomen te herkennen. Alleen een gekwalificeerde zorgprofessional kan na uitgebreid onderzoek een diagnose stellen.

Conclusie: het echte verschil tussen ADHD en ADD

Het verschil tussen ADHD en ADD zit vooral in de manier waarop de symptomen zichtbaar worden.

Bij wat in het dagelijks taalgebruik ADHD wordt genoemd, staan hyperactiviteit en impulsiviteit vaak duidelijk op de voorgrond. Bij ADD gaat het vooral om aandachtsproblemen, vergeetachtigheid en moeite met plannen, zonder opvallende hyperactiviteit.

Officieel bestaat ADD niet meer als afzonderlijke diagnose. Het valt onder ADHD met een overwegend onoplettende presentatie.

Toch blijft de term ADD veel gebruikt, omdat deze voor veel mensen herkenbaar beschrijft hoe ADHD zonder duidelijke hyperactiviteit eruit kan zien. Juist doordat deze verschijningsvorm minder zichtbaar is, wordt zij regelmatig pas laat herkend.

Bronnen

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.).
  • Attoe, D. E., & Climie, E. A. (2023). Miss. Diagnosis: A systematic review of ADHD in adult women. Journal of Attention Disorders, 27(7), 645–657. https://doi.org/10.1177/10870547231161533
  • Faraone, S. V., Banaschewski, T., Coghill, D., Zheng, Y., Biederman, J., Bellgrove, M. A., Newcorn, J. H., et al. (2021). The World Federation of ADHD International Consensus Statement: 208 evidence-based conclusions about the disorder. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 128, 789–818. https://doi.org/10.1016/j.neubiorev.2021.01.022
  • Willcutt, E. G., Doyle, A. E., Nigg, J. T., Faraone, S. V., & Pennington, B. F. (2005). Validity of the executive function theory of attention-deficit/hyperactivity disorder: A meta-analytic review. Biological Psychiatry, 57(11), 1336–1346. https://doi.org/10.1016/j.biopsych.2005.02.006

Deel je reactie of stel je vraag!

Jouw bijdrage helpt anderen en maakt intelligentie.info een waardevolle kenniscommunity.