Hoogbegaafdheid en dyslexie kunnen elkaar maskeren: de een compenseert de ander, waardoor beide vaak laat of nooit worden herkend. Zo herken je de combinatie.
Hoogbegaafdheid en dyslexie kunnen elkaar maskeren: de een compenseert de ander, waardoor beide vaak laat of nooit worden herkend. Zo herken je de combinatie.
Is hoogbegaafdheid erfelijk, iets wat je meekrijgt van je ouders, of vooral een kwestie van omgeving en kansen?
Het is een van de meest gestelde vragen over hoogbegaafdheid, en tegelijk een waar hardnekkige mythes over de ronde doen, zoals het idee dat intelligentie vooral van de moeder zou komen.
Voel je je de laatste tijd vaker geïrriteerd? Lukt het steeds minder goed om je hoofd erbij te houden? En kost het meer moeite dan normaal om ’s ochtends uit bed te komen? Dit zijn veelvoorkomende overspannen zijn symptomen, en ze verschijnen zelden van de ene op de andere dag. Je lichaam en geest geven vaak al weken van tevoren waarschuwingssignalen af, alleen worden die signalen makkelijk weggewuifd als “gewoon een drukke periode”.
Het Delphi-model beschrijft hoogbegaafdheid van binnenuit: niet als een IQ-score, maar als een samenhangend geheel van innerlijke kenmerken zoals hoogbegaafden zichzelf ervaren. Het model kwam in 2007 tot stand via gesprekken met twintig hoogbegaafde experts en werd in 2019 internationaal gepubliceerd.
Matrixredeneren is een specifiek soort testopgave waarbij je een ontbrekend element in een reeks visuele patronen moet aanvullen.
Abstract denken is het vermogen om na te denken over ideeën, patronen en principes die niet direct zichtbaar of tastbaar zijn.
Je weet dat roken ongezond is, maar je steekt er toch eentje op. Je vindt eerlijkheid belangrijk, maar vertelt een leugentje om bestwil. In beide gevallen ontstaat er een ongemakkelijk gevoel: dat is cognitieve dissonantie.
Een kind dat een compliment krijgt voor opgeruimd speelgoed, ruimt de volgende keer sneller op. Ook een app die je “streak” laat zien zodra je inlogt, zorgt dat je morgen weer terugkomt. Beide zijn voorbeelden van operante conditionering: gedrag dat wordt gevormd door wat erop volgt.
Waarom krijg je zin in popcorn zodra de bioscoopreclames beginnen, ook als je geen honger hebt? Dat is klassieke conditionering: je brein heeft twee dingen aan elkaar gekoppeld die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben.
Faalangst is de angst om te falen: je hart gaat sneller kloppen voor een presentatie, je handen worden klam voor een examen, en je denkt vooraf al “dit gaat mislukken”.