Op deze pagina
Waarom blinkt de een uit in taal, terwijl een ander vooral patronen, muziek of sociale signalen snel oppikt? En kun je al die verschillen werkelijk soorten intelligentie noemen?
Wanneer de meeste mensen aan intelligentie denken, gaan ze uit van één vaste maat: het IQ. Maar volgens de bekende meervoudige-intelligentietheorie van psycholoog Howard Gardner bestaat er niet één, maar meerdere soorten intelligentie. Hieronder lees je welke acht (of negen) soorten intelligentie Gardner onderscheidt, wat de wetenschap van deze theorie vindt, en hoe dit zich verhoudt tot een moderne, gestandaardiseerde IQ-score.
Howard Gardner onderscheidde in 1983 aanvankelijk zeven soorten intelligentie en voegde daar later een achtste aan toe, gevolgd door een tentatieve negende (existentiële intelligentie). Denk aan verbale, logisch-mathematische, ruimtelijke, muzikale, lichamelijke, interpersoonlijke, intrapersoonlijke en natuurgerichte intelligentie. De theorie is populair in het onderwijs, maar wetenschappelijk omstreden: onderzoek vindt vooral steun voor één onderliggende algemene intelligentiefactor (g) in plaats van volledig losstaande intelligenties.
Wat is meervoudige intelligentie?
De meervoudige-intelligentietheorie is in 1983 geïntroduceerd door de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Howard Gardner, in zijn boek Frames of Mind. Gardner definieert intelligentie als de bekwaamheid om te leren en om problemen op te lossen, en stelt dat dit op meerdere, relatief onafhankelijke manieren kan gebeuren. Volgens hem schiet een traditionele IQ-test tekort omdat die vooral talige en logisch-mathematische vaardigheden meet, terwijl mensen ook op heel andere domeinen kunnen uitblinken. Gardner was niet de eerste die het bestaan van meerdere intelligenties opperde: ook psychologen als Thurstone en Guilford hadden eerder vergelijkbare ideeën geopperd, al werkte Gardner dit gedachtegoed het verst uit.
Gardner ontwikkelde zijn theorie mede op basis van zijn werk met mensen met hersenletsel? Hij zag dat mensen na hersenschade vaak één specifieke vaardigheid verloren (bijvoorbeeld taal) terwijl andere vaardigheden (zoals muzikaliteit) intact bleven, wat hem deed vermoeden dat intelligentie geen enkel, ondeelbaar geheel is.
De acht (plus één) soorten intelligentie van Gardner
Gardner onderscheidde in zijn oorspronkelijke werk zeven vormen van intelligentie en voegde daar later, in 1995, de natuurgerichte intelligentie aan toe. Hieronder lopen we de acht door Gardner onderscheiden vormen langs, plus de negende, meer tentatieve variant.
1. Verbaal-linguïstische intelligentie
Deze vorm van intelligentie betreft iemands gevoel voor taal: woordenschat, redeneervermogen en verbaal geheugen. Mensen die hier sterk in zijn, denken snel in woorden en zijn vaak goede sprekers of schrijvers. Verbale intelligentie is bovendien een redelijke voorspeller van schoolresultaten. Deze vaardigheden kunnen belangrijk zijn in beroepen zoals schrijven, journalistiek en het recht.
2. Logisch-mathematische intelligentie
Deze intelligentie draait om analytisch, rationeel en mathematisch denken: het herkennen van patronen, het redeneren met getallen en het logisch opbouwen van argumenten. Van alle acht vormen ligt deze het dichtst bij wat een traditionele IQ-test meet. Deze vaardigheden kunnen belangrijk zijn in beroepen zoals wetenschap en techniek.
Verbale en logisch-mathematische intelligentie zijn precies de twee domeinen die een klassieke IQ-test het zwaarst laat meewegen. Gardners kritiek was juist dat de overige zes tot zeven vormen daardoor grotendeels buiten beeld blijven bij een standaard intelligentietest.
3. Visueel-ruimtelijke intelligentie
Dit is het vermogen om probleemsituaties te visualiseren en in beelden te denken. Mensen die hierin sterk zijn, oriënteren zich goed in de ruimte, hebben oog voor detail en kleur, en kunnen mentale voorstellingen maken. Deze vorm speelt een grote rol bij beroepen als architect, piloot en beeldend kunstenaar, en overlapt met wat in intelligentietests soms wordt aangeduid als performale intelligentie.
4. Muzikaal-ritmische intelligentie
Deze vorm gaat over het herkennen, onthouden en maken van ritmische en melodische patronen. Mensen die hier sterk in zijn, denken in ritmes en melodieën en herkennen snel nuances in klank en toonhoogte. Muziekverwerking maakt gebruik van meerdere hersengebieden en netwerken, waarbij verschillende aspecten zoals ritme, melodie en emotie deels andere processen aanspreken.
5. Lichamelijk-kinesthetische intelligentie
Ook wel lichamelijk-motorische intelligentie genoemd: de verbinding tussen lichaam en geest, met een sterke oog-handcoördinatie. Mensen met een hoog ontwikkelde lichamelijke intelligentie lezen lichaamstaal goed, kennen hun eigen fysieke grenzen, en drukken zichzelf makkelijk uit via beweging. Deze vaardigheden kunnen belangrijk zijn in beroepen zoals chirurgie, dans en topsport.
6. Interpersoonlijke intelligentie
Interpersoonlijke intelligentie is het vermogen om andere mensen goed aan te voelen, gemoedstoestanden op te pikken en hierop in te spelen, zowel verbaal als non-verbaal. Dit domein overlapt sterk met wat tegenwoordig emotionele intelligentie wordt genoemd. Deze vaardigheden kunnen belangrijk zijn in beroepen met veel sociaal contact, zoals onderwijs, diplomatie en andere maatschappelijke functies.
7. Intrapersoonlijke intelligentie
Dit betreft de kennis die iemand over zichzelf heeft: het vermogen om te reflecteren, weloverwogen beslissingen te nemen en zelfkennis te ontwikkelen. Mensen met een sterk ontwikkelde intrapersoonlijke intelligentie weten goed wat ze wel en niet willen. Deze vaardigheden kunnen belangrijk zijn in beroepen zoals psychologie en coaching, en raken ook aan hoe goed iemands zelfregulatie en planning functioneren.
8. Natuurgerichte intelligentie
Deze in 1995 toegevoegde vorm richt zich op het herkennen van patronen in de natuurlijke wereld van planten en dieren. Deze vaardigheden kunnen belangrijk zijn in beroepen die dicht bij de natuur staan, zoals landbouw, biologie en diergeneeskunde, en gaan vaak gepaard met goed kunnen observeren en objecten of organismen scherp classificeren.
9. Existentiële intelligentie (tentatief)
Bij existentiële intelligentie gaat het om het vermogen om te filosoferen en kritische vragen te stellen over het bestaan, het universum of de zin van het leven. Gardner zelf was hier voorzichtig over: hij noemde dit een “achtste-en-een-half” intelligentie, omdat er onvoldoende neurologisch bewijs was om het als volwaardig, apart domein te bevestigen. Dit domein kan zichtbaar worden bij mensen die graag nadenken over abstracte levensvragen en fundamentele concepten.
Wil je meer inzicht in jouw denkvaardigheden?
Ontdek welke zelftest aansluit bij wat jij beter wilt begrijpen.
Wat zegt de wetenschap? Kritiek op de theorie
De meervoudige-intelligentietheorie is enorm populair geworden, vooral in het onderwijs, maar binnen de wetenschappelijke psychologie ligt ze onder vuur. Er bestaat geen wetenschappelijke consensus dat de acht domeinen daadwerkelijk losstaande, onafhankelijke vormen van intelligentie zijn.
Een veelgeciteerd onderzoek van Visser, Ashton en Vernon (2006) testte Gardners acht domeinen bij tweehonderd volwassenen met speciaal ontwikkelde taken. De meeste testresultaten bleken sterk te laden op één onderliggende algemene intelligentiefactor (g), in plaats van als volledig losstaande vaardigheden naar voren te komen. Alleen lichamelijk-kinesthetische intelligentie week hier duidelijk van af.
Ook onderzoeker Lynn Waterhouse concludeerde in 2006 dat er geen solide empirisch bewijs bestaat voor de validiteit van de acht intelligenties als losstaande categorieën. Critici wijzen er daarnaast op dat Gardner zelf weinig concrete meetinstrumenten heeft ontwikkeld om zijn domeinen te toetsen, wat het lastig maakt om de theorie hard te falsifiëren of te bevestigen.
Waarom blijft het model zo populair?
Ondanks de wetenschappelijke kritiek wordt meervoudige intelligentie wereldwijd toegepast in het onderwijs, ook op een flink aantal Nederlandse scholen. De aantrekkingskracht zit hem vooral in de praktische bruikbaarheid: het model biedt docenten een taal om te erkennen dat leerlingen op verschillende manieren kunnen uitblinken, ook als ze niet goed scoren op traditionele, talige en rekenkundige toetsen. Het is dus vooral waardevol als pedagogisch perspectief, minder als hard psychometrisch model.
Hoe verhoudt dit zich tot IQ?
Het verschil tussen intelligentie en IQ zit precies in deze discussie besloten. Moderne intelligentietests meten doorgaans meerdere cognitieve domeinen, zoals verbaal begrip, redeneervermogen, visueel-ruimtelijke verwerking, werkgeheugen en verwerkingssnelheid. Binnen Gardners indeling sluiten vooral de verbale, logisch-mathematische en deels ruimtelijke domeinen daarop aan, terwijl intelligentie in bredere zin volgens Gardner ook vaardigheden als muzikaliteit, zelfinzicht of lichamelijke beheersing kan omvatten. Wat op een IQ-test wordt gemeten, is dus wetenschappelijk goed onderbouwd en betrouwbaar meetbaar, maar dekt volgens Gardners model niet de volledige breedte van menselijke talenten en vaardigheden. Lees ook wat met cognitieve vaardigheden wordt bedoeld. Datzelfde smalle, maar goed gevalideerde meetdomein vormt ook de basis voor de vraag wanneer je hoogbegaafd bent, wat vrijwel altijd op een IQ-score wordt bepaald en niet op Gardners bredere intelligentiedomeinen.
Interessant is ook dat sommige van Gardners domeinen raken aan hoe mensen in de praktijk met taken en aandacht omgaan. Iemand met een sterk ontwikkelde intrapersoonlijke intelligentie reflecteert bijvoorbeeld goed op zichzelf, terwijl aandachts- en planningsproblemen zoals bij ADHD-I en intelligentie laten zien dat zelfinzicht en cognitieve capaciteit twee verschillende dingen kunnen zijn. Ook bij een sterk logisch-mathematisch profiel is het analytisch vermogen dat bij IQ-tests zwaar meeweegt, niet hetzelfde als de volle breedte van iemands talenten.
Hoe herken je jouw sterke kanten?
Gebruik Gardners domeinen als reflectiekader, niet als diagnostisch profiel: het model helpt om na te denken over waar je energie en interesse liggen, maar is geen gevalideerd meetinstrument.
Veelgestelde vragen over soorten intelligentie
Vragen over Gardners theorie, kort beantwoord.
Gardner onderscheidde oorspronkelijk zeven soorten intelligentie en voegde in 1995 natuurgerichte intelligentie toe, wat er acht maakt. Later opperde hij ook een tentatieve negende: existentiële intelligentie.
IQ is een gestandaardiseerde score die vooral verbale en logisch-mathematische vaardigheden meet. Meervoudige intelligentie stelt dat mensen ook op andere domeinen kunnen uitblinken, zoals muzikaliteit of zelfinzicht.
Nee, niet onomstreden. Onderzoek van Visser, Ashton en Vernon (2006) vindt vooral steun voor één algemene intelligentiefactor (g), niet voor volledig losstaande intelligenties.
Existentiële intelligentie is het vermogen om te filosoferen over grote levensvragen, zoals de zin van het bestaan. Gardner noemde dit zelf een tentatieve, niet bevestigde negende vorm.
Nee. Sommige bronnen voegen morele intelligentie toe als extra soort, maar Gardner rekende moraliteit niet tot zijn officiële domeinen.
Ja. Volgens Gardner heeft ieder mens alle acht domeinen in meer of mindere mate, met meestal een paar domeinen waarin iemand relatief sterker is.
Scholen gebruiken het model vaak om lesstof op verschillende manieren aan te bieden, zodat leerlingen met uiteenlopende sterke kanten ook goed kunnen leren.
Een klassieke IQ-test leunt vooral op verbaal-linguïstische en logisch-mathematische intelligentie, aangevuld met visueel-ruimtelijke opgaven. De overige domeinen komen nauwelijks aan bod.
We helpen je graag verder. Neem contact met ons op of laat een reactie achter bij dit artikel.
Conclusie
Gardners theorie laat op een toegankelijke manier zien dat talent breder is dan één IQ-score. Wetenschappelijk is echter onvoldoende aangetoond dat zijn acht of negen domeinen verschillende soorten intelligenties zijn. Gebruik het model daarom vooral als taal om over verschillen in talent, interesse en leren na te denken, niet als diagnostisch systeem of alternatief voor een gevalideerde intelligentietest.
Waar wil jij meer inzicht in?
Krijg in één minuut persoonlijk testadvies of start direct met de IQ-test.
Bronnen
- Gardner, H. (1983). Frames of Mind: The Theory of Multiple Intelligences. Basic Books.
- Gardner, H. (1999). Intelligence Reframed: Multiple Intelligences for the 21st Century. Basic Books.
- Visser, B. A., Ashton, M. C., & Vernon, P. A. (2006). Beyond g: Putting multiple intelligences theory to the test. Intelligence, 34(5), 487–502. sciencedirect.com
- Waterhouse, L. (2006). Multiple intelligences, the Mozart effect, and emotional intelligence: A critical review. Educational Psychologist, 41(4), 207–225.
- Eenmeesterinleren.nl. Meervoudige intelligentietheorie van Gardner en Hatch. Aanvullende publieksbron. eenmeesterinleren.nl
- Hoogbegaafd-idee.nl. Meervoudige intelligentie volgens Gardner. Aanvullende publieksbron. hoogbegaafd-idee.nl
Reacties worden vóór publicatie gecontroleerd op respect, relevantie en veiligheid.