Op deze pagina
Niet alleen wat er gebeurt, maar vooral hoe je een situatie interpreteert, beïnvloedt wat je voelt en doet. Het G-schema helpt je die samenhang zichtbaar te maken en vormt een veelgebruikt hulpmiddel binnen de cognitieve gedragstherapie.
Een G schema, meestal geschreven als G-schema, helpt je gebeurtenissen, gedachten, gevoelens en gedrag in kaart te brengen. Hieronder lees je wat het G-schema precies inhoudt, hoe je het zelf invult, waar het model vandaan komt, en hoe het zich verhoudt tot het internationaal bekendere ABC-schema.
Een G-schema helpt je de samenhang onderzoeken tussen een gebeurtenis, je gedachten, je gevoelens en je gedrag. In een uitgebreide versie voeg je ook het gevolg van je gedrag toe. Door deze stappen concreet op te schrijven, kun je automatische gedachten, terugkerende reacties en mogelijke denkfouten beter herkennen. Het schema is een hulpmiddel voor zelfreflectie en wordt ook gebruikt binnen cognitieve gedragstherapie.
Wat is een G-schema?
Een G-schema is een overzichtelijk model waarin je een gebeurtenis, je gedachten, je gevoelens en je gedrag in kaart brengt. Het laat zien dat niet alleen de gebeurtenis, maar vooral de betekenis die je eraan geeft, bepaalt hoe je je voelt en wat je doet. De kern bestaat uit vier onderdelen:
- Gebeurtenis (G1) — wat er daadwerkelijk gebeurt, zo objectief mogelijk beschreven.
- Gedachte (G2) — wat je over de gebeurtenis denkt of interpreteert.
- Gevoel (G3) — de emotie die ontstaat door deze gedachte.
- Gedrag (G4) — hoe je handelt als gevolg van je gevoel.
Veel versies van het model voegen daar een vijfde stap aan toe: het Gevolg (G5), oftewel wat je gedrag uiteindelijk oplevert of bevestigt. Dat “5G-schema” is in de praktijk minstens zo gangbaar als de kortere versie met vier G’s, en maakt de cirkel rond: het gevolg van je gedrag kan namelijk weer de aanleiding worden voor een volgende gebeurtenis.
Het G-schema wordt vaak op één lijn gezet met het internationaal bekendere ABC-schema (Activating event, Belief, Consequence) van psycholoog Albert Ellis. Beide modellen komen inhoudelijk grotendeels overeen, maar zijn niet identiek ontstaan: het ABC-schema komt uit Ellis’ rationeel-emotieve therapie (RET), terwijl de Nederlandstalige “G”-versie een latere, vernederlandste bewerking is. Zie ze als twee nauw verwante takken van dezelfde cognitieve boom.
Hoe werkt het G-schema?
Het G-schema helpt je bij het onderzoeken van automatische gedachten en reacties. Het proces verloopt meestal in vijf stappen:
Wie een stap verder wil gaan, kan daarna nog een reflectieve oefening toevoegen: onderzoek een helpende gedachte. Is de oorspronkelijke gedachte realistisch? Welke andere, meer ondersteunende gedachte past ook bij de feiten, en hoe zou je gedrag daarmee veranderen? Dit is geen aparte G, maar een aanvullende stap bovenop het 5G-schema.
Door dit regelmatig te doen, word je bewuster van automatische reacties en kun je je gedrag en emoties beter sturen. Dat sluit aan bij wat je leert bij zelfreflectie in bredere zin: eerlijk naar je eigen patronen kijken is de eerste stap om ze te kunnen bijsturen.
G-schema voorbeeld: zo ziet het er in de praktijk uit
Een G-schema voorbeeld maakt het model meteen concreet. Hieronder staan twee uitgewerkte situaties die laten zien hoe je gebeurtenis, gedachte, gevoel en gedrag stap voor stap invult.
Voorbeeld 1: Werkfeedback
- Gebeurtenis (G1): Je baas zegt tijdens een meeting dat je werk beter kan.
- Gedachte (G2): “Ik ben slecht in mijn werk.”
- Gevoel (G3): Teleurstelling, angst, onzekerheid.
- Gedrag (G4): Je neemt minder initiatief of ontwijkt vragen van collega’s.
Door de gedachte bij te stellen naar bijvoorbeeld “dit is een leerpunt, ik kan hiervan groeien”, verandert vaak ook het gevoel (meer motivatie) en het gedrag (actiever vragen stellen).
Voorbeeld 2: Sociale situatie
- Gebeurtenis (G1): Je wordt niet uitgenodigd voor een borrel.
- Gedachte (G2): “Niemand vindt mij leuk.”
- Gevoel (G3): Verdriet, eenzaamheid.
- Gedrag (G4): Je trekt je terug en vermijdt sociale contacten.
Het G-schema kan je helpen te zien dat de gedachte niet per se klopt, waardoor je je gevoel kunt bijsturen en bijvoorbeeld zelf een gesprek aangaat.
Voorbeeld 3: Examenstress
- Gebeurtenis (G1): Je ziet de datum van een belangrijk tentamen in je agenda staan.
- Gedachte (G2): “Ik ga dit sowieso niet halen.”
- Gevoel (G3): Stress, paniek, misselijkheid.
- Gedrag (G4): Je stelt studeren uit en gaat afleiding zoeken.
Dit derde G-schema voorbeeld laat zien hoe uitstelgedrag vaak niet voortkomt uit luiheid, maar uit een gedachte die eerst onderzocht en bijgesteld moet worden, bijvoorbeeld naar “ik kan dit aanpakken door het op te delen in kleinere stukken.”
Zelf een G-schema invullen?
Een G-schema laat zien hoe gedachten, gevoelens en gedrag samenhangen. Hoe goed begrijp jij jouw emoties en die van anderen? Ontdek het met de EQ-test.
Het G-schema en het herkennen van denkfouten
Het G-schema wordt ook vaak gebruikt om denkfouten bij jezelf te herkennen: automatische, negatieve of irrationele gedachten die je gevoel en gedrag sterk beïnvloeden. Door een G-schema te gebruiken, zie je hoe dezelfde gebeurtenis tot verschillende emoties en reacties kan leiden, afhankelijk van je gedachten.
Voorbeeld: nachtelijke geluiden in huis
- Gebeurtenis (G1): Je hoort ’s avonds een geluid in huis.
- Gedachte 1 (G2): “Er is een inbreker!” → Gevoel: angst, paniek, hartkloppingen → Gedrag: je lichaam schakelt snel over op een stressreactie, zoals vechten, vluchten of bevriezen.
- Gedachte 2 (G2): “Het is vast mijn kat die iets omgooit.” → Gevoel: rustig, licht alert, maar niet angstig → Gedrag: je gaat rustig kijken wat het geluid veroorzaakt.
Dit voorbeeld laat zien dat dezelfde gebeurtenis heel verschillende gevoelens en gedragingen kan oproepen, afhankelijk van de interpretatie van je gedachten.
Psychiater Aaron Beck ontdekte in zijn werk met depressieve patiënten dat zij vrijwel allemaal last hadden van snelle, automatische negatieve gedachten die zelden bewust in twijfel werden getrokken. Deze observaties droegen bij aan de ontwikkeling van cognitieve therapie, waarin automatische gedachten worden onderzocht en getoetst aan beschikbare feiten.
Varianten van het G-schema
Er bestaan verschillende manieren om een G-schema (of G schema, zoals sommigen het schrijven) te gebruiken:
- Schematisch overzicht: een visueel schema waarin je de G’s stap voor stap invult.
- Dagboekvorm: dagelijks gebeurtenissen, gedachten, gevoelens en gedrag noteren, vergelijkbaar met een emotiedagboek bij emotieregulatie.
- Therapeutisch gebruik: samen met een psycholoog om patronen in moeilijke situaties te ontdekken.
Ook het aantal G’s varieert: sommige bronnen houden het bij de kernversie van vier (Gebeurtenis, Gedachte, Gevoel, Gedrag), andere werken met vijf G’s inclusief het Gevolg. Beide varianten zijn bruikbaar; de vijfde stap voegt vooral waarde toe wanneer je wilt onderzoeken of je gedrag een patroon in stand houdt. Het G-schema wordt ook vaak ingezet als onderdeel van bredere coping-strategieën, bijvoorbeeld om te onderscheiden welke reacties op stress functioneel zijn en welke vermijdend gedrag in stand houden.
Waar komt het G-schema vandaan?
Het G-schema is een Nederlandstalig praktijkmodel dat inhoudelijk voortbouwt op principes uit de cognitieve therapie van Aaron Beck en het ABC-model van Albert Ellis, beiden grondleggers van de cognitieve gedragstherapie vanaf de jaren zestig. Beck ontwikkelde zijn cognitieve model op basis van automatische gedachten en denkfouten die hij bij depressieve patiënten waarnam. Ellis ontwikkelde, binnen zijn rationeel-emotieve therapie (RET), het ABC-schema (Activating event, Belief, Consequence). Een eenduidige oorspronkelijke ontwikkelaar van de Nederlandse G-benaming is moeilijk aan te wijzen; het G-schema wordt in de praktijk gezien als de Nederlandstalige tegenhanger van dit ABC-schema.
Cognitieve gedragstherapie wordt tegenwoordig wereldwijd toegepast bij depressie, angststoornissen, stressmanagement en persoonlijke ontwikkeling, en bouwt voort op inzichten uit zowel Becks als Ellis’ werk. Ook raakt het thema aan hoe de prefrontale cortex een rol speelt bij het bewust bijsturen van automatische reacties: het reflectieve deel van je brein dat je helpt om niet klakkeloos op een eerste, automatische gedachte te reageren.
Praktische tips voor het gebruik van een G-schema
Veelgestelde vragen over het G-schema
Kort beantwoord.
De G’s staan voor Gebeurtenis, Gedachte, Gevoel en Gedrag, soms aangevuld met een vijfde G: Gevolg.
Het ABC-schema komt uit de rationeel-emotieve therapie van Albert Ellis, het G-schema is de Nederlandstalige tegenhanger. Inhoudelijk komen beide modellen grotendeels overeen.
Het G-schema bouwt voort op principes van Aaron Beck en Albert Ellis, beide grondleggers van de cognitieve gedragstherapie.
Er is geen vaste frequentie; regelmatig oefenen (dagelijks of wekelijks) helpt het meest om patronen te herkennen.
Ja, veel mensen gebruiken het als zelfhulpmiddel; bij aanhoudende klachten is begeleiding door een psycholoog aan te raden.
De kernversie gebruikt vier G’s. De uitgebreide versie voegt Gevolg toe, waarmee je onderzoekt wat je gedrag oplevert of bevestigt.
Het kan helpen, omdat het gedachten concreet maakt in plaats van ze te laten ronddraaien.
Het wordt veel toegepast bij depressie, angst en stress, en als hulpmiddel voor zelfreflectie.
Verderop staan drie uitgewerkte voorbeelden die stap voor stap laten zien hoe je het schema invult.
De gebruikelijkste schrijfwijze is G-schema, maar veel mensen zoeken in Google op G schema. Beide verwijzen naar hetzelfde model.
We helpen je graag verder. Neem contact met ons op of laat een reactie achter bij dit artikel.
Conclusie
Het G-schema is een eenvoudig hulpmiddel om inzicht te krijgen in de samenhang tussen gebeurtenissen, gedachten, gevoelens, gedrag en gevolgen. Door deze onderdelen concreet op te schrijven, kun je automatische interpretaties en terugkerende patronen beter herkennen. Het schema kan zelfstandig worden gebruikt voor zelfreflectie of als onderdeel van cognitieve gedragstherapie.
Hoe goed begrijp jij je emoties?
Met een G-schema onderzoek je hoe gedachten, gevoelens en gedrag elkaar beïnvloeden. Maar hoe goed herken en begrijp jij je eigen emoties én die van anderen?
Bronnen
- Beck, A. T., Beck, J. S., et al. A Brief History of Aaron T. Beck, MD, and Cognitive Behavior Therapy. pmc.ncbi.nlm.nih.gov
- Open University. Exploring depression: Cognitive models (Beck’s cognitive triad). open.edu
- Beck Institute for Cognitive Behavior Therapy. Werkbladenpakket cognitieve gedragstherapie (Nederlandstalig). beckinstitute.org
- MIND (WijZijnMind). Oefening: G-schema invullen. wijzijnmind.nl
- Tract, GGZ-instelling. Cognitieve gedragstherapie (CGT): geschiedenis en grondleggers. tract.nu
Reacties worden vóór publicatie gecontroleerd op respect, relevantie en veiligheid.