Op deze pagina
- Wat is autisme, kort samengevat?
- Wat is hoogbegaafdheid, kort samengevat?
- Waarom komen autisme en hoogbegaafdheid soms samen voor?
- Overeenkomsten tussen autisme en hoogbegaafdheid
- Het hardnekkige misverstand over autisme en empathie
- Verschillen tussen autisme en hoogbegaafdheid
- Wat onderzoek zegt over dubbel bijzondere kinderen op school
- Ondersteuning: waar dubbel bijzondere kinderen en volwassenen bij gebaat zijn
- Veelgestelde vragen over autisme en hoogbegaafdheid
- Conclusie
- Bronnen
Autisme en hoogbegaafdheid kunnen opvallend veel kenmerken gemeen hebben. Denk aan een kind dat urenlang verdiept is in de levenscyclus van sterren, weinig oog heeft voor de klok, en fel reageert op het geluid van de schoolbel. Past dit bij hoogbegaafdheid, autisme, of allebei? Die vraag speelt bij veel ouders, leraren en volwassenen, en het antwoord is genuanceerder dan de meeste online bronnen suggereren.
Dit artikel legt uit hoe autisme en hoogbegaafdheid zich tot elkaar verhouden, welke overeenkomsten en verschillen er zijn, en waarom deze combinatie soms moeilijk te herkennen is. Je leest ook waarom een hardnekkig misverstand over autisme en empathie inmiddels als te simplistisch wordt beschouwd.
Autisme en hoogbegaafdheid zijn twee afzonderlijke ontwikkelingsprofielen die samen kunnen voorkomen, ook wel dubbel bijzonder genoemd. De combinatie wordt echter regelmatig gemist, doordat kenmerken van beide profielen elkaar kunnen maskeren. Ze delen kenmerken als intense interesses, prikkelgevoeligheid en een eigenzinnige denkwijze. Een hardnekkig misverstand is dat autistische mensen minder empathisch zouden zijn. Modern onderzoek beschouwt dit beeld als te simplistisch, en wijst eerder op een wederzijds begripsprobleem tussen autistische en niet-autistische mensen dan op een eenzijdig tekort.
Wat is autisme, kort samengevat?
Autisme, of autismespectrumstoornis, is een neurologische ontwikkelingsvariatie die vanaf de vroege ontwikkeling aanwezig is. Deze uit zich in verschillen in sociale communicatie, in vaak sterke behoefte aan voorspelbaarheid en routine, in intense interessegebieden, en in sensorische verwerking, processen waarbij onder meer de prefrontale cortex betrokken is. Het autismespectrum is breed: de manier waarop autisme zich uit, verschilt sterk van persoon tot persoon.
Wat is hoogbegaafdheid, kort samengevat?
Hoogbegaafdheid wordt vaak vastgesteld op basis van een zeer hoge cognitieve capaciteit, meestal een IQ rond 130 of hoger, zoals we uitgebreider bespreken in ons artikel over wanneer je hoogbegaafd bent. In bredere modellen worden ook kenmerken als creativiteit, leerhonger en behoefte aan uitdaging meegenomen. Een hoge cognitieve capaciteit zegt overigens niet automatisch iets over iemands emotionele vaardigheden, een onderscheid dat we toelichten in ons artikel over het verband tussen IQ en EQ.
Waarom komen autisme en hoogbegaafdheid soms samen voor?
Wanneer autisme en hoogbegaafdheid tegelijk voorkomen, wordt dit ook wel dubbel bijzonder genoemd, een term die we al kort aanstipten in ons artikel over hoogbegaafdheid bij kinderen. Onderzoekers Annemieke Burger-Veltmeijer en collega’s brachten in een systematisch literatuuronderzoek de stand van kennis over deze combinatie in kaart, en concludeerden dat identificatie vaak lastig is. Kenmerken die aan hoogbegaafdheid worden toegeschreven, zoals vroege taalontwikkeling of ongewone interesses, overlappen namelijk met kenmerken die ook bij autisme voorkomen. Het ene kan het andere daardoor maskeren: hoogbegaafdheid kan autistische kenmerken minder zichtbaar maken, en omgekeerd kan autisme ervoor zorgen dat hoogbegaafdheid over het hoofd wordt gezien.
Overeenkomsten tussen autisme en hoogbegaafdheid
Intense, diepgaande interesses. Beide groepen kunnen zich met grote gedrevenheid op een specifiek onderwerp richten, en daar veel kennis over opbouwen. Voor buitenstaanders kan dit overdreven overkomen, terwijl het voor de persoon zelf juist een bron van plezier en rust is, al kan onderbreking van of te weinig ruimte voor die interesse juist spanning geven.
Prikkelgevoeligheid. Sensorische gevoeligheid komt bij beide groepen voor, en is een kernkenmerk van autisme zelf. Onderzoekers Caroline Robertson en Simon Baron-Cohen brachten in een uitgebreid overzichtsartikel het onderzoek naar sensorische verwerking bij autisme samen. Zij beschreven dit als een centraal, niet-bijkomstig aspect van autistisch functioneren. Bij sommige hoogbegaafde mensen wordt eveneens verhoogde prikkelgevoeligheid beschreven, maar dit is geen vast of diagnostisch kenmerk van hoogbegaafdheid.
Een eigenzinnige, minder conventionele denkwijze. Beide groepen denken vaak op een manier die afwijkt van wat gangbaar is, wat tot verfrissende inzichten kan leiden, maar ook tot wrijving met een omgeving die conformiteit verwacht.
Hoge persoonlijke standaarden. Hoge persoonlijke standaarden en moeite met fouten komen bij beide profielen voor, al kunnen de onderliggende oorzaken verschillen. Bij hoogbegaafdheid hangt dit vaker samen met perfectionisme, terwijl het bij autisme ook kan voortkomen uit behoefte aan voorspelbaarheid of foutgevoeligheid, een reactie waarbij ook de amygdala een rol kan spelen.
Het hardnekkige misverstand over autisme en empathie
Hier zit een correctie die belangrijk genoeg is om apart te bespreken.
Lange tijd werd aangenomen dat autistische mensen structureel minder empathisch zijn dan niet-autistische mensen.
De onderzoeker die dit beeld uitdaagde, zelf autistisch is? Damian Milton noemde zijn theorie het “double empathy problem”: de communicatieproblemen die vaak tussen autistische en niet-autistische mensen ontstaan, zijn niet het gevolg van een eenzijdig tekort bij de autistische persoon, maar van een wederzijds gebrek aan begrip tussen twee groepen die de sociale wereld op verschillende manieren ervaren en uiten.
Onderzoekers Catherine Crompton en collega’s onderzochten dit empirisch, door te meten hoe goed informatie werd doorgegeven binnen ketens van uitsluitend autistische deelnemers, uitsluitend niet-autistische deelnemers, en gemengde ketens. Bij de gemengde ketens ging aanzienlijk meer detail verloren, terwijl autistische ketens even goed presteerden als niet-autistische ketens, en deelnemers in gemengde ketens bovendien minder onderling contact (“rapport”) rapporteerden. Autistische sociale afstemming en communicatie kunnen zich anders uiten dan neurotypische verwachtingen voorschrijven, maar dat is iets anders dan afwezigheid van het vermogen om je in te leven en te reflecteren.
Verschillen tussen autisme en hoogbegaafdheid
Ondanks de overeenkomsten blijven het twee afzonderlijke profielen.
Sociale motivatie. Zowel hoogbegaafde als autistische mensen kunnen sterk behoefte hebben aan contact, een vaardigheid die zich al vroeg in iemands sociaal-emotionele ontwikkeling begint te vormen. Bij autisme verloopt sociale afstemming soms anders, wat door de omgeving ten onrechte als desinteresse kan worden geïnterpreteerd.
Omgaan met verandering. Cognitieve flexibiliteit kan bij hoogbegaafdheid een sterke kant zijn, terwijl autistische mensen vaker behoefte hebben aan voorspelbaarheid. In beide groepen bestaan echter grote individuele verschillen.
Communicatiestijl. Sommige hoogbegaafde mensen passen hun communicatie relatief gemakkelijk aan, terwijl anderen juist moeite hebben aansluiting te vinden door een afwijkende denkwijze of woordgebruik. Autistische mensen hebben soms een meer directe of letterlijke communicatiestijl, die niet altijd aansluit bij wat de omgeving verwacht.
Wat onderzoek zegt over dubbel bijzondere kinderen op school
Een bemoedigende bevinding uit onderzoek: dubbel bijzondere kinderen doen het op school vaak beter dan soms wordt aangenomen.
Onderzoekers Meghan Cain, Juhi Kaboski en Jeffrey Gilger volgden de schoolprestaties van cognitief hoogbegaafde kinderen met autisme over meerdere jaren. Zij vonden dat deze kinderen niet alleen hogere aanvangsprestaties lieten zien dan autistische leeftijdsgenoten zonder hoogbegaafdheid. Ze lieten ook sterkere groei over tijd zien, op de meeste gemeten vlakken zelfs vergeleken met de algemene bevolking. Wel maakten deze kinderen bovengemiddeld gebruik van geestelijke gezondheidszorg, wat wijst op een reële, aanvullende ondersteuningsbehoefte naast de cognitieve sterke kanten.
Ondersteuning: waar dubbel bijzondere kinderen en volwassenen bij gebaat zijn
Vermoed je dat dit patroon bij jezelf of je kind past?
Een hoogbegaafdheidstest kan een eerste, indicatie geven.
Veelgestelde vragen over autisme en hoogbegaafdheid
De meest gestelde vragen, kort en helder beantwoord.
Ja. Autisme en hoogbegaafdheid kunnen samen voorkomen, maar de combinatie wordt regelmatig gemist doordat kenmerken elkaar kunnen maskeren.
Kenmerken van beide profielen overlappen, waardoor het ene het andere kan maskeren. Sterke cognitieve vaardigheden kunnen autistische kenmerken minder zichtbaar maken, en andersom.
Nee. Dit beeld wordt door modern onderzoek als te simplistisch beschouwd. Onderzoek wijst eerder op een wederzijds begripsprobleem tussen autistische en niet-autistische mensen dan op een eenzijdig empathietekort.
Niet per se. Onderzoek laat zien dat dubbel bijzondere kinderen vaak sterke en groeiende schoolprestaties hebben, al hebben ze ook vaker aanvullende ondersteuning nodig.
Niet volledig. Sensorische gevoeligheid is een kernkenmerk van autisme zelf, met een eigen diagnostische status. Bij hoogsensitiviteit wordt gesproken over verhoogde gevoeligheid voor prikkels, maar dit is geen autismediagnose en heeft een andere theoretische en diagnostische status.
We helpen je graag verder. Neem contact met ons op of laat een reactie achter bij dit artikel.
Conclusie
Autisme en hoogbegaafdheid zijn twee afzonderlijke ontwikkelingsprofielen die elkaar deels overlappen, in intense interesses, prikkelgevoeligheid en een eigenzinnige denkwijze, en soms tegelijk voorkomen. Die overlap maakt identificatie soms lastig, omdat het ene kenmerk het andere kan maskeren.
Het beeld dat autistische mensen eenvoudigweg minder empathisch zijn, wordt door modern onderzoek als te simplistisch beschouwd. Wat blijft staan, is dat mensen met deze dubbele combinatie gebaat zijn bij ondersteuning die recht doet aan beide kanten van hun profiel. Het gaat om zowel de cognitieve sterke kanten als de specifieke behoeften die uit autisme voortkomen.
Bronnen
- Burger-Veltmeijer, A. E. J., Minnaert, A. E. M. G., & Van den Bosch, E. J. (2011). The co-occurrence of intellectual giftedness and autism spectrum disorders. Educational Research Review, 6(1), 67–88.
- Cain, M. K., Kaboski, J. R., & Gilger, J. W. (2019). Profiles and academic trajectories of cognitively gifted children with autism spectrum disorder. Autism, 23(7), 1663–1674.
- Crompton, C. J., Ropar, D., Evans-Williams, C. V. M., Flynn, E. G., & Fletcher-Watson, S. (2020). Autistic peer-to-peer information transfer is highly effective. Autism, 24(7), 1704–1712.
- Foley-Nicpon, M., Assouline, S. G., & Colangelo, N. (2013). Twice-exceptional learners: Who needs to know what? Gifted Child Quarterly, 57(3), 169–180.
- Milton, D. E. M. (2012). On the ontological status of autism: The “double empathy problem.” Disability & Society, 27(6), 883–887.
- Robertson, C. E., & Baron-Cohen, S. (2017). Sensory perception in autism. Nature Reviews Neuroscience, 18(11), 671–684.
Reacties worden vóór publicatie gecontroleerd op respect, relevantie en veiligheid.