ADD intelligentie

ADD (ADHD-I) en intelligentie – Hoe hangen ze samen?

De relatie tussen ADD en intelligentie wordt vaak verkeerd begrepen. In de huidige DSM‑5 wordt ADD geclassificeerd als ADHD-I (Attention Deficit Hyperactivity Disorder – overwegend onoplettend type). Mensen met ADHD-I hebben moeite met concentratie, het organiseren van taken en het filteren van prikkels, maar zijn vaak niet hyperactief. Dat betekent zeker niet dat zij minder intelligent zijn. Integendeel: veel mensen met ADHD-I beschikken juist over een bovengemiddelde of hoge intelligentie, maar hun manier van informatie verwerken wijkt af van de norm.

Wat is ADHD-I (ADD) precies?

ADHD-I wordt gekenmerkt door:

  • Aandachts- en concentratieproblemen
  • Vertraagde informatieverwerking
  • Dagdromen of snel afgeleid zijn
  • Moeite met plannen en organiseren

Omdat deze kenmerken minder zichtbaar zijn dan hyperactiviteit, blijft ADHD-I vaak lang onopgemerkt. Voor een compleet overzicht van alle ADD kenmerken, zie ons artikel over ADD kenmerken herkennen.

Intelligentie bij ADD (ADHD-I)

Intelligentie wordt vaak gemeten met een IQ‑test. Bij mensen met ADHD-I zie je vaak grote verschillen tussen sterke en zwakkere onderdelen van het profiel:

  • Sterke punten: creativiteit, probleemoplossend vermogen, ruimtelijk inzicht, out‑of‑the‑box denken.
  • Uitdagingen: werkgeheugen, snelheid van informatieverwerking, het afronden van taken.

Dit verschil kan ervoor zorgen dat iemand onder zijn of haar niveau presteert, terwijl de intelligentie veel hoger ligt.

Vertraagde informatieverwerking bij ADD: Wat betekent dat?

Een van de meest kenmerkende maar vaak verkeerd begrepen aspecten van ADD is vertraagde informatieverwerking. Dit betekent niet dat mensen met ADD minder intelligent zijn, maar dat hun brein informatie op een andere manier en in een ander tempo verwerkt dan gemiddeld. Vertraagde informatieverwerking bij ADD manifesteert zich op verschillende manieren en heeft concrete gevolgen voor het dagelijks functioneren.

Bij vertraagde informatieverwerking duurt het langer voordat informatie die via de zintuigen binnenkomt wordt verwerkt, geanalyseerd en omgezet in een reactie. Dit is vooral merkbaar bij taken die snelheid vereisen, zoals het snel beantwoorden van vragen, het volgen van snelle gesprekken, of het uitvoeren van taken onder tijdsdruk. Waar anderen bijna automatisch reageren, hebben mensen met ADD meer verwerkingstijd nodig.

Concrete voorbeelden van vertraagde informatieverwerking:

  • In gesprekken: Het duurt even voordat iemand met ADD een vraag verwerkt heeft en kan antwoorden. Dit kan leiden tot ongemakkelijke stiltes of het gevoel “achter te lopen” in een conversatie.
  • Bij het lezen: Teksten moeten soms meerdere keren gelezen worden voordat de betekenis doordringt. Niet omdat het begrip ontbreekt, maar omdat de eerste verwerking incompleet is.
  • Tijdens tests: Bij toetsen met tijdsdruk presteren mensen met ADD vaak onder hun niveau, niet omdat ze de stof niet beheersen, maar omdat ze meer tijd nodig hebben om vragen te verwerken.
  • In het verkeer: Het kost meer tijd om verkeerssituaties in te schatten en daarop te reageren, wat kan leiden tot onzeker rijgedrag.

Deze vertraagde verwerking heeft niets te maken met intelligentie. Integendeel: veel mensen met ADD hebben een bovengemiddeld IQ, maar scoren lager op verwerkingssnelheid bij IQ-tests. Dit creëert een discrepantie tussen hun intellectuele capaciteiten en hun prestaties in situaties die snelheid vereisen. Dit verklaart waarom intelligente mensen met ADD toch kunnen onderpresteren op school of werk.

Wat gebeurt er in het brein? Bij ADD functioneren bepaalde neurotransmitters, met name dopamine en noradrenaline, minder efficiënt. Deze stoffen zijn cruciaal voor het “activeren” van hersencircuits die betrokken zijn bij aandacht en snelle informatieverwerking. Het brein moet als het ware harder werken om dezelfde taken uit te voeren, wat energie kost en tot vermoeidheid leidt.

Het goede nieuws is dat vertraagde informatieverwerking gecompenseerd kan worden. Strategieën zoals:

  • Meer tijd nemen voor taken (tijdverlenging bij toetsen)
  • Informatie visueel maken (mindmaps, schema’s)
  • Taken opdelen in kleinere stappen
  • Herhaling en structuur inbouwen
  • Medicatie die de neurotransmitterfunctie verbetert

Deze aanpassingen helpen mensen met ADD om hun intelligentie en capaciteiten volledig te benutten, ondanks de vertraagde verwerkingssnelheid.

ADD en hoogbegaafdheid: Overeenkomsten en verschillen

De relatie tussen ADD en hoogbegaafdheid is complex en fascinerend. Beide kunnen afzonderlijk voorkomen, maar komen ook regelmatig samen voor. Onderzoek suggereert dat hoogbegaafdheid vaker voorkomt bij mensen met ADD dan in de algemene bevolking, en omgekeerd. Deze overlap zorgt regelmatig voor verwarring in diagnostiek, omdat ADD en hoogbegaafdheid opvallend veel overeenkomsten vertonen.

Overeenkomsten tussen ADD en hoogbegaafdheid:

1. Aandachtsproblemen bij onderstimulering Zowel mensen met ADD als hoogbegaafden kunnen moeite hebben met concentratie, maar om verschillende redenen. Bij ADD is dit neurologisch bepaald: het brein heeft moeite met het reguleren van aandacht, ongeacht de taak. Bij hoogbegaafdheid ontstaan concentratieproblemen vooral bij taken die te eenvoudig of saai zijn. De vergelijkbare uitkomst – afleiding, dagdromen, onafgemaakte taken – kan leiden tot verkeerde interpretaties.

2. Intense nieuwsgierigheid en creativiteit Beide groepen denken vaak out-of-the-box en komen met originele oplossingen. Hoogbegaafden hebben een natuurlijke neiging tot diepgaand denken en intellectuele exploratie. Mensen met ADD vertonen vaak divergent denken: zij zien verbanden die anderen missen en benaderen problemen vanuit onverwachte hoeken. Deze creativiteit is een kracht die beide groepen delen.

3. Emotionele intensiteit Zowel ADD als hoogbegaafdheid gaan vaak gepaard met hevige emoties en een sterke gevoeligheid voor sociale dynamiek. Hoogbegaafden ervaren emoties vaak dieper vanwege hun verhoogde bewustzijn en empathie. Bij ADD wordt emotionele regulatie bemoeilijkt door neurologische factoren, wat leidt tot snelle stemmingswisselingen en intense reacties.

4. Impulsiviteit en snel denken Mensen met ADD handelen vaak impulsief doordat hun remsysteem minder goed functioneert. Hoogbegaafden kunnen ook impulsief lijken omdat zij snel denken en conclusies trekken waar anderen nog aan het verwerken zijn. Het verschil zit in de onderliggende oorzaak: neurologisch versus cognitief.

5. Onderpresteren Beide groepen kunnen onder hun niveau presteren. Bij ADD komt dit door executieve functieproblemen: planning, organisatie en afmaken van taken zijn lastig. Bij hoogbegaafdheid ontstaat onderpresteren vaak door verveling, gebrek aan uitdaging of perfectionisme. In beide gevallen kan het talent verborgen blijven.

Belangrijke verschillen:

De grootste verschillen zitten in de consistentie en context van de symptomen. ADD-symptomen zijn persistent en komen voor in alle situaties, ongeacht interesse of motivatie. Hoogbegaafden vertonen moeilijkheden vooral in specifieke contexten: bij gebrek aan uitdaging, stimulans of betekenis. Een hoogbegaafde kan zich urenlang concentreren op iets dat hem boeit, terwijl iemand met ADD ook bij interessante taken moeite heeft met volhouden.

Bij IQ-testen vertonen mensen met alleen hoogbegaafdheid meestal een harmonieus profiel met hoge scores op alle onderdelen. Bij ADD zien we vaak een disharmonisch profiel: hoge scores op verbaal begrip en redeneren, maar lagere scores op werkgeheugen en verwerkingssnelheid. Deze discrepantie is een sterke indicator voor ADD.

Wanneer beide samen voorkomen: Het is mogelijk om zowel ADD als hoogbegaafd te zijn – dit wordt ook wel “twice exceptional” of “2e” genoemd. Deze combinatie is uitdagend: de hoogbegaafdheid kan ADD-symptomen maskeren omdat iemand compensatiestrategieën ontwikkelt, terwijl ADD kan verhinderen dat hoogbegaafdheid volledig tot uiting komt. Mensen met beide kenmerken hebben vaak het gevoel dat ze niet hun volledige potentieel benutten en worstelen met frustratie over wat “zou kunnen” versus wat ze realiseren.

Professionele diagnostiek is essentieel om onderscheid te maken en passende ondersteuning te bieden die recht doet aan beide aspecten van iemands profiel.

ADD of hoogbegaafd? Hoe herken je het verschil?

De vraag “ADD of hoogbegaafd?” is voor veel ouders, leerkrachten en volwassenen een bron van verwarring. De symptomen kunnen sterk op elkaar lijken, maar het onderscheid is cruciaal voor de juiste ondersteuning en begeleiding. Hier bespreken we concrete verschillen en hoe je het verschil kunt herkennen.

Concentratieproblemen: context is alles

ADD: Concentratieproblemen zijn consistent en komen voor in bijna alle situaties. Ook bij interessante of leuke activiteiten heeft iemand met ADD moeite met focussen, afmaken en volhouden. Het probleem zit in de neurologische regulatie van aandacht, niet in gebrek aan motivatie.

Hoogbegaafd: Concentratieproblemen ontstaan vooral bij taken die te gemakkelijk, te langzaam of te repetitief zijn. Geef een hoogbegaafde een uitdagende, complexe taak en de concentratie is uitstekend. Het probleem zit in onderstimulering, niet in het aandachtssysteem zelf.

Test: Bied een complexe, uitdagende taak die aansluit bij interesses. Een hoogbegaafde zal gefocust blijven; iemand met ADD heeft ook dan moeite met volhouden.

Impulsiviteit en interrumperen

ADD: Impulsiviteit is onbewust en consistent. Mensen met ADD onderbreken anderen niet omdat ze ongeduldig zijn, maar omdat hun remsysteem minder goed functioneert. Ze verliezen gedachten als ze deze niet direct uiten en hebben moeite met wachten.

Hoogbegaafd: Interrumperen komt voort uit snel denken. Een hoogbegaafde heeft het antwoord al bedacht terwijl anderen nog aan het redeneren zijn en heeft moeite met het tempo van de groep. Dit is vaak bewust en kan met training verminderd worden.

Test: In een één-op-één situatie zonder tijdsdruk zal een hoogbegaafde minder interrumperen. Iemand met ADD vertoont dit gedrag ook in rustige settings.

Afmaken van taken

ADD: Taken niet afmaken is een structureel probleem dat voorkomt bij alle soorten activiteiten, interessant of niet. Het probleem zit in planning, organisatie en het overzicht houden.

Hoogbegaafd: Taken worden vooral niet afgemaakt als ze saai worden of het uitdagende deel voorbij is. Zodra het concept begrepen is, verliest een hoogbegaafde interesse in de uitvoering. Interessante projecten worden wel afgemaakt.

Test: Bij uitdagende, zelfgekozen projecten: hoogbegaafden maken deze meestal af, mensen met ADD hebben ook dan moeite met voltooien.

Organisatie en planning

ADD: Chronische moeite met organisatie, ongeacht leeftijd of intelligentie. De kamer is rommelig, spullen worden kwijt, afspraken worden vergeten. Dit komt door problemen met executieve functies (planning, organisatie, tijdsbesef).

Hoogbegaafd: Kan prima organiseren als het zinvol lijkt. Een hoogbegaafde kan een chaotische kamer hebben omdat ordenen niet interessant is, maar tegelijkertijd een complex project perfect plannen omdat dat intellectueel uitdagend is.

Test: Bij een taak die echt belangrijk is voor de persoon: een hoogbegaafde kan zich organiseren, iemand met ADD blijft worstelen.

IQ-testprofiel

ADD: Disharmonisch profiel met grote verschillen tussen subtests. Hoge scores op verbaal begrip en redeneren, maar (veel) lagere scores op werkgeheugen en verwerkingssnelheid. Dit verschil is vaak 15+ punten.

Hoogbegaafd: Harmonieus profiel met hoge scores op alle onderdelen. Alle subtests scoren 120+ (bij hoogbegaafdheid vanaf 130).

Let op: Bij “twice exceptional” (zowel ADD als hoogbegaafd) zie je een disharmonisch profiel waarbij sommige scores zeer hoog zijn (140+) en anderen gemiddeld tot bovengemiddeld (100-115). Het gemiddelde IQ kan dan rond 130 liggen, wat hoogbegaafdheid maskeert.

Reactie op structuur en routine

ADD: Profiteert enorm van externe structuur, routines en duidelijke kaders. Dit compenseert de interne organisatieproblemen.

Hoogbegaafd: Kan structuur als beperkend ervaren en heeft behoefte aan flexibiliteit en autonomie. Te veel structuur leidt tot frustratie en verzet.

Praktische stappen bij twijfel:

  1. Observeer in verschillende contexten: Zijn de problemen consistent (ADD) of context-afhankelijk (hoogbegaafd)?
  2. Let op compensatiestrategieën: Hoogbegaafden ontwikkelen vaak slimme trucs; bij ADD werken deze minder goed.
  3. Doe een IQ-test bij een psycholoog: Het profiel geeft cruciale informatie.
  4. Overweeg beide: Het kan allebei tegelijk zijn (twice exceptional).
  5. Zoek professionele diagnostiek: Een ervaren psycholoog die beide kent, kan het beste onderscheid maken.

Het antwoord op “ADD of hoogbegaafd?” is niet altijd eenduidig, en het hoeft geen “of” te zijn. Juiste identificatie is essentieel voor passende ondersteuning die recht doet aan iemands unieke profiel.

ADD intelligentie benutten

Het is belangrijk dat mensen met ADHD-I leren hoe zij hun sterke kanten kunnen inzetten en uitdagingen compenseren:

  • Structuur aanbrengen met planning en visuele hulpmiddelen.
  • Taken opdelen in kleine stappen.
  • Prikkelarme omgeving creëren.
  • Professionele begeleiding inschakelen, zoals coaching of therapie.

Conclusie

ADD/ADHD-I en intelligentie hebben geen negatieve relatie; de uitdaging ligt in informatieverwerking en organisatie. Met de juiste strategieën en ondersteuning kunnen mensen hun volledige cognitieve potentieel benutten en hun unieke talenten laten zien.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *